Door Adam de Witt
Er is geen twijfel dat de basale waarheid aangaande de dood en opstanding van Jezus toepasbaar is op een persoon zelf in verband met het geestelijk verkwikte leven. De roeping tot bekering en berouw van zonden (het breken van Gods wet) en het ontvangen van vergeving in de naam van, en door middel van, het bloed van Jezus, is beschikbaar voor het individu. Van voorbeelden zoals Zaccheüs (Luk. 19:1-19) tot Lydia (Hand. 16:14-15) tot heden, trekt God en verkiest God diegenen tot Jezus. Iedere mens die erkend wordt als een Nieuwe-Verbond-mens, moet tot aanvaarding komen van Jezus de Gezalfde. Toch is dit niet de voornaamste toepassing van het NT-evangelie.
De moderne kerkleer misbruikt het evangelie door te beweren dat het enige doel ervan is het redden van verloren zielen — maakt niet uit wie ze zijn. Maar dat was niet het evangelie dat werd verkondigd door Jezus en de apostelen. Hun verkondiging was het evangelie van het goede nieuws van het Koninkrijk. Het eerste doel was niet de redding van het individu, al is dit wel inbegrepen in de Koninkrijksboodschap.
Het evangelie van het Koninkrijk was oorspronkelijk toegepast in een bredere zin voor het volk van het verbond dat God, door Jezus, had geroepen voor het Koninkrijk. In Mattheüs 15:24 lezen we dat Jezus “alleen kwam voor de verloren schapen van het huis van Israël” en ook in Mattheüs 18:11 om “te vinden en te redden dat wat verloren was (het volk van Israël)”, en dat Hij “zal regeren over het volk van Jakob voor eeuwig” (Luk. 1:33). Ondanks dit moeten degenen binnen de gezinnen en stammen van Jakob/Israël wel reageren op die roeping tot berouw — bekering van hun zonden en wets-overtredingen (van Gods wet).
Dit volledige inzicht wordt bevestigd door de duidelijke taal van het Nieuwe Verbond:
“Zie, de dagen komen, zegt de HEER, dat Ik een nieuw verbond zal maken met het huis van Israël en met dat van Juda; niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen maakte toen Ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden — Mijn verbond dat zij braken, hoewel Ik hen tot een echtgenoot was, spreekt de HEER. Maar dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël zal sluiten: Ik zal Mijn wet in hun hart schrijven; Ík zal hun God zijn en zíj zullen Mijn volk zijn.”
Jer. 31:31-33; Hebr. 8:8.
Voor wie is dit dan? Voor alle schepselen op aarde? Wat zegt God? Hebben jullie het gelezen, of is jullie reactie hierop: “Ja maar…”? Dus: ja maar God? Liegt God, of liegt God niet?
God maakt duidelijk voor wie het Nieuwe Verbond is en waarvoor Jezus Zijn bloed heeft vergoten en de dood heeft geproefd aan het kruis: voor de wets-overtredingen van ZIJN volk. Wie was dat? Lees de verzen hierboven opnieuw — het is glasheldere taal. Het maakt niet uit hoe vaak predikanten het anders zeggen.
“En op dezelfde wijze nam Hij ook de beker na het eten en zei: Deze beker, die voor jullie uitgegoten wordt, is het nieuwe verbond in Mijn bloed.” Luk. 22:20.
Wie zijn die “jullie”? Diegenen tot wie Hij sprak — niet alle wezens. Het Nieuwe Verbond richt zich niet op de individuen van allerlei volken, maar op allen van het verbond. En wie zijn dat? Het huis van Israël en het huis van Juda.
De huidige kerk legt de nadruk enkel op het individu, en dat is misleidend. Het verdraait het evangelie tot een narcistische “persoonlijke relatie” met Jezus. Op zichzelf is het niet verkeerd om een relatie met Jezus te ervaren, maar dat was niet het doel van het evangelie — niet “ik en Jezus”, of “wat kan Jezus voor mij doen?”. De vraag moet zijn: “Hoe dien ik mijn Koning, hoe ben ik een nuttige dienaar voor Hem?” Een mens moet bereid zijn tot verlies in de naam van Jezus — verlies van vrienden, bezit of inkomen.
Maar de gevaarlijke houding van de moderne kerk is dat zij tegen Gods Woord ingaat door te leren dat het Nieuwe Verbond voor alles en iedereen is. Men misbruikt de woorden van Paulus om te zeggen dat hij alle wezens uitnodigde, maar Paulus zegt dat niet.
Paulus moest het al verduidelijken, want men dacht toen al — na de dood en opstanding van Jezus — dat God niet meer streng zou zijn over wie het Nieuwe Verbond betrof. Daarom zei Paulus:
“Zij zijn Israëlieten; aan hen behoort de aanneming tot kinderen, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de dienst van God en de beloften.” Rom. 9:4.
Daar is geen “ja maar” tegenin te brengen — tenzij men het er simpelweg niet mee eens is.
Jezus zei:
“Denk niet dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om af te schaffen, maar om te vervullen. Want voorwaar Ik zeg u: totdat hemel en aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de wet voorbijgaan, totdat alles is gebeurd.” Matt. 5:17-20.
Paulus bevestigt het opnieuw:
“Ik zeg dan: heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet! Want ook ik ben een Israëliet, uit het zaad van Abraham, van de stam Benjamin. God heeft Zijn volk niet verstoten dat Hij van tevoren gekend heeft.” Rom. 11:1-2.
Het dopen van niet-Israëlieten — “ethnos” die niet uit de stammen van Noach komen maar van een andere scheppingsorde — wordt door de kerken voortdurend gedaan. Zij negeren Gods Woord wanneer het hun praktijk tegenspreekt, en verdraaien teksten om hun overtreding te rechtvaardigen door te dopen wat niet gedoopt mag worden. Dan zeggen zij: “Dit is nu geestelijk Israël.” En men beroept zich steeds op dezelfde misbruikte versen zoals Galaten 3:7:
“Weet dan dat zij die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn.”
Was God gefrustreerd en bedacht Hij een plan B? Echt?
Of begrijpen de kerken de geschiedenis en Gods plan gewoon niet?
Het Nieuwe Verbond begon met “hen die uit het geloof zijn”. Dat is waar Galaten 3:7 over gaat. De mensen van het geloof, d.w.z. degenen van het oude verbond die geloofden. Aan hen spreekt Paulus, want de Galaten waren nakomelingen van de verloren stammen van Israël, een vergeten volksgroep die al 700 jaar vóór Christus uit het land werd weggestuurd en sindsdien als vreemdelingen werden beschouwd door hun volksgenoten in Judea.
Jezus maakte een einde aan de tempeldienst die alleen de Israëlieten in Judea dekte, door Zijn bloed, zodat het alle Israëlieten kon dekken — ook de onreine Israëlieten die door de kerkelijke elite van die tijd werden gezien als barbaren, Scythen, Grieken en Romeinen. Maar het waren verstrooide volksverwanten. Aan hen spreekt Paulus in Galaten. Niet aan wezens buiten het verbondsvolk, zoals de moderne kerken vandaag doen.
Wie steeds weer dezelfde versen wil gebruiken om een alles-en-nog-wat-leer te verdedigen, moet de volgende versen bestuderen — en dit is slechts een klein deel van de vele teksten die de moderne kerkleer als dwaal leer ontmaskeren.
Jezus is de Verlosser van Israël:
Jes. 41:14; 43:14; 44:6; 48:17; 49:26; 54:8; 60:16
De erfenis behoort aan Israël:
Deut. 4:20; 9:26; 32:9; Ps. 28:7-9; 74:2; 78:71; Jer. 10:16
Het verbond met Israël:
Gen. 17:2-4, 17:7, 17:21; Deut. 7:8-9; 8:18; 29:9-10;
1 Kron. 16:15-16; Ps. 89:3; 105:8-10; Jes. 59:21; Jer. 31:31-34; 32:37-40; 33:25-26; 50:5-6
Gekozen behoort toe aan Israël:
Jes. 42:1; 45:4; 65:9; 65:22; Matt. 24:24; 24:31; Luk. 18:7; Rom. 8:33; Kol. 3:12; Tit. 1:1; 1 Petr. 1:2
Heiligen van Israël:
Deut. 33:2-4; Ps. 148:14
Dienaren van God:
Ps. 105:6; 136:22; Jes. 41:8; 42:16-22
Gekozen van Israël:
Deut. 7:6; Ps. 135:4; Jes. 41:8
Ik bid dat deze studie een zegen mag zijn en jullie ver weg zal houden van één van de onreine geesten die judeo-christendom is — de smeltkroesleer van Babel. Wie eraan meedoet, bouwt mee aan de nieuwe toren van de alles-en-nog-wat-volkeren van Babel, in plaats van aan het Koninkrijk voor het volk Israël, de zonen van Isaac, die in Antiochië voor het eerst de naam “Christenen” kregen — niet Judeo-christenen.






