Anna uit de stam Aser

Home / Ekklesia Bericht / Anna uit de stam Aser

Anna uit de stam Aser

Door E. Smit

Inleiding

Anna bevestigd Gods profetieën.

In het verleden plachten de bestrijders van de Israël-visie ons nl. veelal te overtroeven door er op te wijzen, dat in het Nieuwe Testament gesproken wordt van profetes Anna, die zich kort na Jezus’ geboorte in de tempel van Jeruzalem bleek op te houden. Dit zou dan in strijd zijn met onze opvatting, dat in Jezus’ tijd slechts (een gedeelte van) de stammen Juda, Benjamin en Levi in het Beloofde Land aanwezig waren en de overige, de 10 stammen van Efraïm-Israël, (waaronder dus ook Aser) nog in ballingschap, in de “woestijn der volken” verkeerden, op weg naar de “bestelde plaats”, de “kustlanden en eilanden aan de einden der aarde” .

Maar nu dus blijkt, dat er zich in het begin onzer jaartelling een Aserietische in Palestina ophoudt, nu had men “bewezen”, dat “dus” de 10 stammen zich onder de Joden bevonden! Aldus de redeneertrant van velen onzer tegenstanders.

Men vergat hierbij, dat Anna – uit Aser de werkelijk enige Efraïm – Israëliet is, die in de concreet – historische boeken van de Bijbel als inwoner van het Beloofde Land wordt genoemd, na de beide ballingschappen. Uit Anna’s aanwezigheid in Jeruzalem te concluderen, dat de 10 stammen “dus” in het Land terug zouden zijn, staat gelijk met, uit het feit, dat er een Japanner op IJsland blijkt te wonen, af te leiden, dat IJsland geheel door Japanners wordt bewoond.

Dat de neiging om onze visie te bestrijden met de bewering, dat de 10 stammen zich sinds Ezra en Nehemia onder de Joden zouden bevinden, nog steeds opgeld doet, blijkt uit het kortgeleden verschenen boekje van de Amerikaan uit Michigan, Richard de Haan, dat ook in het Nederlands vertaald is onder de titel: “Israël en Egypte in de Profetie”, en dat in Hoofdstuk II onze visie op een venijnige wijze (overigens in het betoog geheel onnodig) bestrijdt, zonder enige kennis van zaken, o.a. door te beweren dat de huidige Joden het 12-stammig Israël zijn, dat de “Stone of Scone” (waarmee onze visie kennelijk staat of valt!) bewezen is uit Schotland en niet uit Palestina afkomstig te zijn, en dat de rivier de Kebar van Ezechiël 1:3 e.a., zich in het district Gozan zou bevinden. (De Kebar was een kanaal bij Babel).

Ezechiël 1:3. “Kwam het woord des HEREN tot de priester Ezechiël de zoon van Buzi, in het land der Chaldeeën, aan de rivier de Kebar; de hand des HEREN was daar op hem.”

Het overstelpende bewijsmateriaal uit Joodse bronnen, aangevende, dat de Tien Stammen zich niet onder het Jodendom bevonden, is dezulken blijkbaar onbekend. Het is trouwens onbegonnen werk om dergelijke bestrijders van repliek te dienen, want voor hen, die iets bestrijden, waarvan zij bijna niets weten, of bij geruchte allerlei ongunstigs gehoord hebben, geldt wel heel sterkt.

Spreuken 18:13 “Wie antwoord geeft, vóórdat hij hoort, dien is het tot dwaasheid en smaad”…

Terugkomende op Anna, en het gebruik van haar naam en stam door onze bestrijders, zij nog vermeld, dat het ook in onze visie zeer wel mogelijk is, om aan te nemen, dat onder Juda en Benjamin in Palestina in de dagen van Jezus, enkelingen geleefd zullen hebben, die in feite behoorden tot de 10 stammen. 2 Kronieken 34:9, waar gesproken wordt over Efraïm-Israëlieten, die zich onder Juda’s beroemde koning Josia – dus na de Assyrische ballingschap – in Juda vestigden en Ezechiël 37:16, waar gesproken wordt over “het hout van Juda en de Israëlieten, die daarbij behoren”, maken dit aannemelijk.

2 Kronieken 34:9.”Toen zij bij de hogepriester Chilkia gekomen waren, droegen zij het geld af, dat in het huis Gods gebracht was, en dat de Levieten, de dorpelwachter, uit Manasse en Efraïm, uit het gehele overblijfsel van Israël, uit geheel Juda en Benjamin en van de inwoners van Jeruzalem bijeengebracht hadden.”

Ezechiël 37:16.”Gij mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop: voor Juda en de Israëlieten die daarbij behoren; neem dan een ander stuk hout en schrijf daarop: voor Jozef – het stuk hout van Efraïm – en het gehele huis Israëls dat daarbij behoort.”

De heer C.v.d.Vecht, die in zijn blad “Het Steenen Koninkrijk” indertijd alle bestrijding van de Israël-visie op waardige en overtuigende wijze, onvermoeid placht te weerleggen, schreef in dit verband ergens: “Ah, daar is Anna! Wij misten haar reeds!”

Want het was werkelijk vermakelijk om te zien, hoe vrijwel iedere theoloog of andere Bijbelstudent, bij het bestrijden van onze visie, steevast Anna – uit Aser “van stal haalde”.

Waarom wordt Anna’s afstamming juist nadrukkelijk genoemd?

Het blijft echter een vraag, waarom Anna’s stam dan met zoveel woorden in Lucas wordt vermeld. Hiervoor blijken wij ons nu te kunnen wenden tot de Joodse traditie, die op deze zaak werkelijk een verrassend licht werpt.

Het in ons blad meerdere malen genoemde boek: “De Bijbel als Schepping” door F.Weinreb, vertelt op de blz. 151-155 en 520 het een en ander over een andere “dochter van Aser”, Serah genaamd.

De Bijbel noemt ons deze Serah als dochter van vader Aser zelf, bij de 66 zielen, waaruit Jacobs familie bestond, toen deze (Genesis 46) optrok naar Egypte, op weg naar de pas teruggevonden Jozef. vers 17 vermeldt Serah hier als enige kleindochter van Jacob in dit reisgezelschap. Ook kunnen wij haar terugvinden in Numeri 26:46 en in 1 Kronieken 7:30.

Numeri 26:46. “En de naam der dochter van Aser was Serah.”

1 Kronieken 7:30. “De zonen van Aser waren: Jimna, Jiswa, Jiswi en Beria; Serah was hun zuster.”

Hoewel nergens bijzonderheden over Serah worden vermeld, zou het feit, dat haar naam – kennelijk op een uitzonderlijke wijze – driemaal in de Bijbel voorkomt, er op kunnen duiden, dat zij een of andere belangrijke plaats in de heilshistorie zou innemen.

Dit laatste wordt nu door de Joodse traditie beweerd. Niet alleen deelt Prof. Weinreb ons dit mede, ook het apocriefe “Boek des Oprechten” Zie Jozua 10:13 en 2 Samuël 1:18 benevens blz 137 van het jaargang 1967, het juni-nummer van “Een Nieuw Geluid”) wijdt vele regelen aan Serah, waarvan de inhoud de strekking overeenkomen met hetgeen “De Bijbel als Schepping” over haar verhaalt uit de Joodse overlevering.

Jozua 10:13. “En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich op zijn vijanden gewroken had. Is dit niet geschreven in het Boek des Oprechten?”

2 Samuël 1:18. “En hij gaf bevel, de Judeeërs dit lied van de boog te leren; zie, het is geschreven in het Boek des Oprechten.”

Serah, de dochter van Jacobs’ achtste zoon Aser, is hierin de “aankondigster van de verlosser”, die op de “achtste dag” verschijnt. (Het naamgetal van Jezus in het Grieks – “Ièsous” is, zoals men weet :888).

De Joodse verhalen vertellen, dat wanneer de zonen Jacobs terug gaan naar Kanaän, om hun vader Jakob te vertellen, dat zijn eerstgeborene, JOZEF, nog leeft, zij Serah vooruitzenden met het heuglijke nieuws.

Het “Boek des Oprechten” beschrijft, hoe Serah onder harpspel Jakob de blijde mare toezingt: “Grootvader, mijn oom Jozef leeft nog”, waarna Jacob langzamerhand gaat beseffen, welk geluk hem ten deel is gevallen. Jozef zal immers in de geschiedenis van zijn familie ook de rol van “verlosser” gaan spelen…Het is aan Serah, om dit aan te kondigen.

Serah is ook enkele honderden jaren later weer aanwezig in Egypte, aldus de traditie, wanneer Mozes zich als verlosser van het volk aankondigt. Letterlijk is dit natuurlijk onmogelijk, maar waarom zou er in die tijd geen andere “dochter van Aser” geweest zijn, die een dergelijke roeping vervulde?

Er moet dus – aldus de Joodse overlevering – steeds een “Serah”, een “dochter van Aser” in Israël aanwezig zijn, om iemand, die zich als “verlosser”, als “messias” aankondigt, eerst te “keuren”. Pas na een “examinering” door “Serah” kan een verlosser als werkelijk door God Zelf geroepen worden geacht. Serah vraagt n.l. de aspirant-verlosser naar zijn motief en toets dit.

1 Kronieken 7:21-23 “Diens zoon Zabad, diens zoon Sutelach; voorts Ezer en Elad. En de mannen van Gat, die in het land geboren waren, doodden hen, omdat zij waren gekomen om hun vee te roven. Efraïm dan, hun vader, bedreef velen dagen rouw over hen, en zijn broeders kwamen om hem te troosten. Daarna kwam hij tot zijn vrouw, zij werd zwanger en baarde een zoon, die hij Beria noemde, omdat zijn huis door onheil getroffen was.

Dit gedeelte uit de Kronieken vermeldt een gebeurtenis, die in de Joodse overlevering zó wordt uitgelegd, dat de zonen van Efraïm het eind van de Egyptische slavernij reeds gekomen achtten, en op eigen houtje veel te vroeg – en “exodus” begonnen, die echter strandde in het Filistijnse land (“De mannen van Gath doodden hen”, zoals ver 21 zegt). Ook hier zou Serah van te voren geraadpleegd zijn, maar zij had deze Efraïmieten volledig als ‘verlossers” afgewezen, zoals zij ook vele anderen, die zich als zodanig opwierpen, reeds ontmaskerd had en nog zou ontmaskeren, als niet door God gezonden “verlossers”.

Exodus 4:29-31 “En Mozes ging met Aäron op weg en zij verzamelde al de oudste der Israëlieten. Aäron sprak al de woorden, die de Here tot Mozes gesproken had, en hij deed de tekenen voor de ogen van het volk. Het volk nu geloofde, en toen zij hoorden, dat de Here op de Israëlieten acht geslagen en hun ellende gezien had, knielden zij en bogen zich neder”.

Exodus 4 :29-31 verhaalt de wijze, waarop Mozes zich aankondigde als de redder van het volk. Vers 31: “Het volk geloofde hem, toen zij hoorden, dat de Here acht geslagen had op de Israëlieten”.

De overlevering zegt nu dat ook, dat “Serah” aanwezig was, en zij herkende in deze uitdrukking de gelijkluidende hebreeuwse term, die Jozef in Genesis 50:25 had gebezigd, in verband met de komenden bevrijding uit de Egyptische slavernij: “God zal zeker naar u omzien” (acht-slaan”).Hierop verklaarde Serah: “Deze Mozes is de ware verlosser”.

En zo werd Mozes, de Middelaar van het Oude Verbond, door het volk geaccepteerd, dankzij Serah’s goedkeuring!

Dankzij de goedkeuring van een “dochter van Aser”.

Joodse Traditie bevestigt Jezus’ Messias-schap!

Dat niet iedere lezer deze Joodse overlevering zo-maar voor wáár aanneemt, kan ik mij indenken. Maar dat er juist uit deze JOODSE traditie een gevolgtrekking te maken valt, die – en dat natuurlijk geheel ONBEDOELD! – juist de Christelijke leer versterkt, maakt de zaak toch zeer belangwekkend.

Want hoe ging het met de verschijning op aarde van de Middelaar van het Nieuwe Verbond? Toen onze Messias, Jezus Christus, geboren was, en Hij als klein kind door Zijn ouders naar de tempel werd gebracht, was daar een dochter van Aser, een weduwe op hoge leeftijd, die God onafgebroken diende in de tempel met bidden en vasten, nacht en dag.

Speelde zij niet de rol van “Serah”uit de stam Aser, van wie de traditie zegt, dat zij ook “zeer oud” geworden is, omdat zij eigenlijk “onafgebroken” in Israël aanwezig moest zijn, om een zich aandienende Messias te “keuren? Deze dochter van Aser kwam bij Maria staan, die Jezus op de arm droeg, en “zij loofde God, en sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem VERLOSSING verwachtten…” (Lucas 2:37-38).

Hadden niet, juist te voren, Zacharias en Maria, in hun beider bekende lofzangen, naar aanleiding van de geboorte van Jezus, ongeveer dezelfde termen gebruikt, als die, welke hierboven genoemd zijn, geciteerd uit Exodus 4:29-31 en Genesis 50:25.

(Het “acht-slaan op” en het “omzien naar” Israël, door God Zelf).

Exodus 4:29-31.
“En Mozes ging met Aäron op weg en zij verzamelden al de oudsten der Israëlieten. Aäron sprak al de woorden, die de HERE tot Mozes gesproken had, en hij deed de tekenen voor de ogen van het volk. Het volk nu geloofde, en toen hoorden, dat de HERE op de Israëlieten acht geslagen en hun ellende gezien had, knielden zij en bogen zich neder.”

Genesis 50:25. “En Jozef deed de zonen van Israël zweren: God zal zeker naar u omzien; dan zult gij mijn gebeente van hier meevoeren”.

Lucas 1:54. Maria: “Hij heeft Zich Israël, Zijn knecht, aangetrokken…”

Lucas.1:68. Zacharia: “Want Hij heeft omgezien naar Zijn Volk en het VERLOSSING gebracht…”

Het wonderlijke feit doet zich voor, dat Jezus door Zijn moeder en Zijn “oom”, als Messias in de beide lofzangen wordt aangekondigd in bewoordingen, die in de Joodse overlevering voor een dergelijke aankondiging “vereist” waren, opdat hieraan de “dochter van Aser” de juiste Verlosser zou kunnen identificeren!

Is het dan niet merkwaardig, dat kort hierna onze Anna Jezus
“herkent” als de werkelijke Verlosser van Zijn volk Israël?

“Hij is het; Luistert naar HEM”.

Hij is de Messias, zowel van Joden als van Christenen, van Juda en Israël, van 2 en 10 stammen.

Hoe zinvol is in dit verband daarom Lucas’ vermelding van Anna’s stam : Aser!

E.Smit

Naschrift

Misschien durven voorgangers theologen de teksten: Lucas 1:54, 68, eens op hun programma te plaatsen. Zodat het Evangelie van het Koninkrijk wordt gepreekt zoals het er staat in de Schrift. Want de Messias is gekomen om Zijn Volk Israël van hun zonden te verlossen. Juist deze boodschap wordt verzwegen.

Mattheüs 15:24. “Hij echter antwoordde en zeide: Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël”.

De kerken verkondigen het evangelie, maar verkondigen ze werkelijk HET evangelie? Weet men wel wat dit evangelie inhoudt? Daar wij menen dat wij nog nooit de kerken het evangelie van het Koninkrijk hebben horen prediken, kunnen wij gerust zeggen dat zij niet het ware evangelie behelst.

Wat de kerk verkondigt is dat de Here Jezus voor de wereld is gestorven en dat een ieder die Hem aanneemt eeuwig zal leven. Dit betekent het evangelie zeer zeker niet, vanwege het feit dat de Here Jezus in eerste instantie voor het volk Israël is gekomen en dat Hij ons aanneemt en niet andersom. Wat HET evangelie dan werkelijk inhoudt vinden we in de brieven van Paulus.

Galaten 3:8. “En de Schrift, die tevoren zag, dat God de heidenen uit geloof rechtvaardig, heeft tevoren aan Abraham HET evangelie verkondigd: In u zullen alle volken gezegend worden”.

Evangelie betekent blijde boodschap. De blijde boodschap is dat in Abraham alle Israël volken gezegend worden. Dat de Here Jezus gestorven is om met Zijn volk een Nieuwe Verbond te kunnen sluiten vanwege de zonden begaan onder het eerste verbond, is natuurlijk een blijde boodschap.

Wel willen we hier duidelijk maken waar de andere volken staan. De Israëlieten kunnen niet tot God de Vader komen dan door Jezus Christus. De andere volkeren kunnen op hun beurt alleen tot Jezus Christus komen door Israël.

Zoals een Israëliet nooit God de Vader kan bereiken als hij de heerschappij van Jezus niet erkent, zo kunnen niet-Israëlieten nooit tot Jezus komen als zij Israël niet erkennen als het volk door God uitverkoren. Een ware Israëliet is ook iemand, die erkent dat de Here Jezus de Zoon van God is en de Gezalfde Koning van Israël. Deze zal de hemel geopend zien, deze zal de Vader bereiken.

Johannes 1:49-52.
“Natháël zeide tot Hem: Vanwaar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgeboom. Natháël antwoordde Hem: Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israël! Jezus antwoorde en zeide tot hem; Omdat Ik tot u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, gelooft gij? Gij zult grotere dingen zien dan deze. En Hij zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg ulieden, gij zult de hemel geopend zien en de engelen Gods opstijgen en nederdalenden op de Zoon des mensen”.

Tot slot

Door de gevestigde kerken wordt gesuggereerd dat Christus een totaal nieuwe godsdienst heeft gesticht. En op grond daarvan is er een filosofie ontstaan rond de figuur van Jezus de “Christus” welke losgemaakt is van Zijn oorspronkelijke taak als de Messias van Israël en u als een algemene Jezus wordt voorgesteld. Rond deze algemene Jezus is in de loop van twee duizend jaar een geweldige cultus ontstaan. Men moet wel van goede huizen komen om de misleiding van deze godsdienst – het zogenaamde christendom – te onderkennen.

Keizers, koningen en kerken hebben zich een eigen koninkrijk geformeerd op grond van een vals christendom waar geen plaats is voor de werkelijke Messias Koning Jezus de Christus. Alleen Paulus kent het geheim van de Gezalfde Koning van Israël.

Wil u meet weten over het geheim van het Evangelie van het Koninkrijk van God? Schrijf of bel en wij zullen u antwoord geven op uw vragen.

Moge de God van Abraham Isaäk en Jakob u rijkelijke zegenen bij het lezen van Zijn kostbaar woord.

G. J van Loon Evangelist voor het Verborgen Huis van Israël

kolonel “Ekklesia” Evangeliekorps – Holland

Voor het eerst hier?

Er is veel content op deze website. Dit kan alles een beetje verwarrend maken voor veel mensen. We hebben een soort van gids opgezet voor je.

800+

Geschreven blogs

300+

Nieuwsbrieven

100+

Boeken vertaald

5000+

Pagina's op de website

Een getuigenis schrijven

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.
Naam
Vink dit vakje aan als je jouw getuigenis aan ons wilt versturen, maar niet wilt dat deze op de lijst met getuigenissen op deze pagina wordt geplaatst.

Stuur een bericht naar ons

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.
Naam
=