Jij hebt het recht om vrij te zijn
Johannes 8:36. “Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn.”
Satans werkt met leugens en misleiding, hij werkt in mensenzielen, hij is er op uit om ons te laten geloven dat wij waardeloos en slecht zijn. Hij wil niet hebben dat wij proclameren dat wij kinderen van God zijn. Want hij weet dat Gods waarheid zijn leugens zal ontwapenen, zo zeker als dat licht de duisternis laat verdwijnen of zoals sneeuw voor de zon. Satan zal nooit opgeven zonder strijd te leveren.
Er bestaat voor ons geen betere basis om in de vrijheid te blijven staan, dan te proclameren dan wat God in Jezus Christus voor ons heeft gedaan, daarmee ontwapenen wij de satans werken volledig, daarom moet dit met de mond worden beleden….”Ik ben vrij in Jezus…”
- Wij leven in overeenstemming met de kennis van onze identiteit in Jezus Christus. Niemand kan een standvastig gedragspatroon hebben die onafhankelijk is van hemzelf. Je daden, gezindheden optreden en gesteldheid tegenover de levensomstandigheden, worden bepaald door je bewustzijn en onbewuste zelf ziening.
- Als je jezelf ziet als een hulpeloos slachtoffer van satan en zijn plannen, dan zal jij je als een slachtoffer gaan gedragen, en door zijn leugens aan hem gebonden blijven. Als jij jezelf ziet als een geliefd kind van God, zal jij leven zoals een kind van God.
Spreuken 23:7. “Want als iemand die zijn eigen plannen maakt, zo is hij; ‘eet en drink!’ zegt hij tot u, maar zijn hart is niet met u.”
Het is erg belangrijk en uiterst noodzakelijk dat wij eerst een degelijk begrip moeten hebben van onze identiteit in Jezus, alvorens wij met de praktijk lessen beginnen. Dit concept is fundamenteel belangrijk voor je vrijheid in een geestelijke conflict als een kind van God.
- Jij bent innerlijk levend
- Als mens ben je geschapen in de volgende samenstelling: geest, ziel, lichaam. Jij bezit een buitenkant en een binnenkant. Aan de buitenkant heb je een fysiek lichaam aan de binnenkant heb jij een geestelijk lichaam die bestaat uit geest en ziel.
- Het vermogen om te denken, te voelen en om keuzes te maken (denken, emoties en wil wordt gezamenlijk de ziel genoemd) en staan in een verhouding tot God (Geest).
- Je lichaam is een verbintenis met jou geest/ziel en dit maakt jou fysiek levend. Als gelovige is je geest/ziel een eenheid of verbintenis met God, dat als gevolg van je bekering en wedergeboorte, en dit maakt je geestelijk levend.
- Toen God Adam geschapen had, was hij totaal levend compleet mens – fysiek en geestelijk. Maar als gevolg van Adams zonde en de gevoegelijke geestelijke dood (Romeinen 5:12) is elk persoon die in de wereld geboren wordt fysiek levend, maar geestelijk dood.
- De tegenwoordigheid en wijsheid van God ontbreekt in je leven als jij van God gescheiden bent, daarom leer jij om onafhankelijk van God te leven met al jou aandacht op je eigenbelangen gericht. De Schrift verwijst naar deze onafhankelijkheid van God, als iets vleselijks.
Romeinen 8:5-8. “Want zij, die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest. Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede. Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet: zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen. Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe.”
De wonderbare vindplaats
- Bij wedergeboorte wordt jou geest met God verbonden en jij wordt geestelijk levend, levend zoals Adam was voordat hij gezondigd had.
- Jij bent nu in Jezus en Jezus is in jou en omdat Jezus in jou eeuwig is, is het geestelijk leven wat jij in Hem ontvangen hebt ook eeuwig.
- Jij hoeft niet te wachten totdat je sterft om eeuwig leven te ontvangen, jij bezit het reeds nu!
- Satan kan nooit het eeuwig leven van jou afnemen, want hij kan Jezus in jou niet wegnemen. Jezus heeft beloofd dat Hij ons nooit zal verlaten of in de steek zal laten (Hebreeërs 13:5).
- Jij verandert van zondaar naar een Heilige.
- Als jij jezelf ziet als een zondaar, dan zal jij zondigen, want wat verwacht jij van een zondaar? Er zal geen onderscheid zijn tussen jou en een ongelovige, en jij zal rondlopen met een gevoel dat je een mislukking bent.
- Satan zal elke gelegenheid uitbuiten om jou te laten mislukken, en om je schuldig te laten voelen en je overtuigen dat jij gedoemd bent tot een geestelijk leven wat op een wip lijkt.
- Als een verslagen gelovige zal jij jou zonde belijden en proberen om het goed te doen, maar innerlijk zal jij je een zondaar blijven voelen, je bent wel gered door Jezus, en je probeert om je aan Hem vast te houden totdat Hij terugkeert.
Dit is niet wat jij bent. De Bijbel verwijst niet naar gelovigen als “zondaars”, zelfs niet als “zondaars die uit genade gered zijn.”
- Gelovige worden heiligen genoemd, zelfs geroepen heiligen, die soms zondigen, en dat is heel wat anders.
- Wij zijn heilig geworden bij de wedergeboorte, en wij leven dagelijks als heiligen (heiligmaking) als wij volhouden dan bevestigen wij onze wedergeboorte in Christus,
Als jij jezelf niet als kind van God ziet, zal je tevergeefs voort modderen in je leven. Satan zal met jou niet veel problemen hebben, je leeft immers al in zijn koninkrijk, omdat jij het verschil tussen beide koninkrijk niet kan onderscheiden, ben je voor God niet waardevol.
Een dagelijks geloofs leven is de radicale innerlijke identiteit, van zondaar naar heilig, en zal een krachtig, positief effect op jou hebben om tegen satan te strijden.
Romeinen 1:6-7.“Tot welke ook gij behoort, geroepenen van Jezus Christus aan alle geliefden Gods, geroepen heiligen, die te Rome zijn: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.”
- Jij bent een deelgenoot van de Goddelijke natuur.
- Efeziërs 2:1-3 beschrijft onze natuur voordat wij naar Jezus kwamen:”Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden, waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid, trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns.”
- Onze natuur of aard was zondig en het gevolg daarvan was scheiding met God. Wij dienden onszelf en satan.
- Maar bij de wedergeboorte heeft God ons wezensaard/natuur totaal veranderd. Wij zijn nu deelgenoten (geworden) van de Goddelijke natuur nadat (wij) de verdorvenheid der wereld hebben ontvlucht.
1 Petrus 1:4. “Door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.”
- Jij bent niet langer in het vlees; maar jij bent in Jezus Christus.
- Jij had een zondige natuur voor je redding, maar nu bezit jij in Jezus een Goddelijke natuur.
Efeziërs 5:8.“Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts.”
Romeinen 8:9.“Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe.”
- De persoon die jij was voordat jij bij Jezus bent uitgekomen, noemt de Bijbel “de oude mens” (Romeinen 6:6). Bij de wedergeboorte heeft u de oude mens afgelegd, en u hebt zich opnieuw bekleed met Jezus Christus.
Galaten 2:20.“Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.”
- Je oude mens (ik) moest sterven, de zonde moet afgezworen worden, totaal worden verbroken.
- Als nieuw persoon betekent dit niet dat jij zondeloos bent (1 Johannes 1:8). Maar omdat jou oude mens met Jezus gekruisigd en begraven, is het niet langer nodig om te zondigen (1 Johannes 2:1). Let op: jij zondigt als jij onafhankelijk van God wilt leven en optreden.
- Jij kan triomferen over het vlees en zonde
- Jou dood zijn voor de zonde, heeft jou verhouding met de zonde als je meester doen beëindigen, maar heeft het bestaan van de zonde niet uitgewist. Zonde leeft nog steeds voort, deze zijn sterk en aanlokkelijk, maar zijn kracht en gezag is gebroken.
Romeinen 8:2. “Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods.”
- Bedenk wel dat je vlees aangeleerd is om steeds onafhankelijk van God te leven, (voordat jij Jezus ontmoete) en die zal altijd proberen je van God af te trekken.
- Jij hebt nog steeds herinneringen, gewoonte, gevestigde optreden en gedachte patroon die in je brein vastgelegd zijn die je aansporen om steeds op je eigenbelang te zien.
Jij bent niet langer in het vlees, in je oude mens; nee, jij bent nu in Jezus. Jij kan steeds kiezen om niet volgens het vlees te wandelen (Romeinen 8:12-13).
- Het is jou verantwoordelijkheid om het vlees op een dagelijkse basis te kruisigen (Romeinen 8:13), door te leren hoe men volgens de geest te wandelen (Galaten 5:16) en je gedachte patroon te vervangen door het vernieuwde denken door het Woord van God (Romeinen 12:2).
- Zonde zal een sterke aanspraak maken en laat worstelen met het gevoel dat jij meer levendig bent voor zonde dan voor Jezus, maar Romeinen 6:1-11 leert ons dat waar Jezus is, ook onze onze verhouding met zonde geen rol kan en mag spelen.
We lezen de teksten in de opgeschreven volgorde, om het verband te krijgen:
Romeinen 8:13. “Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven.”
Galaten 5:16. “Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees.”
Romeinen 12:2. “En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.”
Romeinen 6:1-11.“Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven? Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk is aan zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem. Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven; wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God. Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus.”
- God heeft toegestaan dat Jezus tot zonde is geworden, om ons te verlossen.
- Al de zonde van de wereld, verleden, heden, en toekomst was op Hem:
2 Korinthiërs 5:21. “ Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.”
- Toen Hij aan het kruis hing was de zonde op Hem.
- Toen Hij uit het graf was opgestaan, was er geen zonde meer op Hem.
- Daarom kunnen wij in de hemelen samen met Jezus zitten, Hij is voor onze zonden gestorven.
Wanneer wij een beloften in de Bijbel vinden wij dan maken die tot ons bezit. Wanneer wij een bevel of gebod krijgen, gehoorzamen wij die, maar wanneer wij een waarheid lezen, dan geloven wij die niet.
Romeinen 6:11 zijn geen bevelen of geboden om te gehoorzamen, maar waarheden om te geloven.
- Jij kan niet voor de zonde te sterven, want jij bent reeds dood; jij kan dit slechts geloven. Je leven zal een grote strijd blijven als je steeds probeert om iets te doen wat reeds gedaan is.
De verleden tijd van Romeinen 6.
*’Hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven? (Vers 2).
- “Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? (Vers 3).
- “Wij zijn dan met Hem begraven.”(Vers 4).
- “dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn.” (Vers 6).
- “Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.” (Vers 7).
- “ Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven.”(Vers 8).
- Omdat deze verzen in de verledentijd zijn geschreven, dit is een aanduiding van iets van wat er reeds heeft plaats gevonden omtrent onze positie, wij kunnen dit slechts aannemen en geloven.
Houdt jezelf nu voor dood.
Romeinen 6:11.“Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus.”
- Het maakt niet uit of jij je dood voelt voor de zonde of niet, jij moet dit herkennen omdat het zo is. Wij kunnen ons gevoel of ondervinding vóór het geloof plaatsen. De enige ondervinding die telt is, Jezus dood aan het kruis.
- Voor ons de waarheid van Romeinen 6:1-11 om die te begrijpen en geloven, Paulus beschrijft hoe onze verhouding tot de zonde moet zijn.
Romeinen 6:12-13.
“Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God.”
Let op:
- Zonde is een slavendrijver die gehoorzaamheid vereist van zijn onderdanen. Jij bent wel dood voor de zonde, maar jij hebt nog steeds de mogelijkheid om te zondigen en om je lichaam aan de zonde ter beschikking te stellen.
- Het hangt van jou af of jij jou lichaam door zonde of door de gerechtigheid laat gebruiken.
Bedenk wel dat Satan alles zal uitbuiten als jij neutraal of passief probeert te blijven.
Als voorbeeld: veronderstel ik vraag of ik je auto kan gebruiken om kruidenierswaren naar een arm gezin te brengen, of een dief vraagt om de auto te mogen gebruiken om een bank te gaan beroven. Het is jou auto, jij moet een keuze maken wie deze auto zal gaan gebruiken, voor goede of slechte zaak. Jou lichaam behoort aan jezelf toe, daarmee kan je Jezus of satan dienen
Romeinen 12:1. “Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.”
Jezus overwinning over de zonde heeft ons volkomen vrij gemaakt om te kiezen om geen slaaf van de zonde te zijn.
De strijd tussen vlees en geest – Romeinen 7:15-25.
Jij hebt je hart aan Jezus gegeven, je bent wedergeboren en gevuld met de Heilige Geest. Je wil de Here dienen, maar je bent je bewust van een gevecht in jezelf, tussen goed en kwaad, tussen geest en vlees. Paulus heeft dit gevecht ervaren, daarom wijst hij ons naar Gods weg – naar de vrijheid, over de macht van de zonde.
- Jij kan dit gevecht in je gemoed overwinnen.
- Romeinen 7:23 en 8:5-7 tonen duidelijk aan dat ons verstand het middelpunt is van alle geestelijke bindingen. Daar moet de strijd worden uitgevochten en gewonnen, als je in de vrijheid van Jezus wil staan en ervaren.
2 Korinthiërs 10:3-5.“Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus.”
- Er zijn vestingen van slechte gewoonte en zondige gedachten die je opbouwde toen je werd aangeleerd om onafhankelijk van God te zijn. Je niet Christelijke omgeving hebben je tevens voorgehouden om op niet-gelovige manier te denken en op te treden. Maar wanneer jij een gelovige bent geworden, is er geen “clear” knopje in de hersens gedrukt. Jou vleselijke gewoonten en manieren hebben niets uitgevaagd, zij zijn nog steeds deel van jou vleselijke gewoonte die op een dagelijkse wordt basis gebruikt.
- Omdat je een gelovige geworden bent geworden, moet jij niet denken dat satan niet lager in je geïnteresseerd is. Hij wil je verstand manipuleren zodat je aan zijn wil onderworpen wordt.
- Satans doel is, om te infiltreren in je verstand, om u met zijn gedachten en om zijn leugens te promoveren ten koste van Gods waarheid.
Satan weet als hij jou gedachten kan beheersen, kan hij jou optreden besturen.
- Satan is echter slim genoeg, hij komt niet aan stormen en met gebulder, maar hij glijdt als een slang in het gras (2 Korinthiërs 11:3). Hij kan zijn gedachten aan jou overdragen, zodat het lijkt dat je zelf onafhankelijk van God kunt optreden (in het vlees), hij doet het voorkomen alsof het je eigen gedachten zijn, of zelfs die van God. De Schrift leert dat satans gedachten in ons verstand geplaatst kan worden, zoals hij dit bij David gedaan heeft (2 Kronieken 21:1), Judas (Johannes 13:2) en Annanias (Handelingen 5:3).
Herhaalde daden vormen een gewoonte, en als jij deze zondige gewoonte lang genoeg beoefent, worden het een vesting in je verstand. Wanneer het daar gevestigd is, verlies jij het vermogen om daarin op te treden, om dit gebied volledig zelfstandig te beheersen.
Hoe worden vestingen vernietigd?
- Patronen van negatieve gedachten en optreden zijn aangeleerd en zij kunnen worden afgeleerd door gedisciplineerde Bijbelstudie en vastberadenheid.
- Sommige vestingen zijn geankerd in demonische invloeden en geestelijke conflict uit het verleden en huidige aanvallen in het denken van hen die in gevangenschap worden vastgehouden. Deze mensen moeten door de waarheid van Gods Woord vrijgemaakt worden satans leugens.
Johannes 8:32.
“En gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.”
Er is een oorlog aan de gang, maar wij staan de windende kant, want wij zijn meer dan overwinners in Jezus.
Wie ben ik?
- Ik ben het zout der aarde (Mattheüs 5:13).
- Ik ben het licht der wereld (Mattheüs 5:14).
- Ik ben een kind van God (Johannes 1:12).
- Ik ben een loot aan de wijnstok,
- een kanaal van Jezus leven (Johannes 15:1,5)
- Ik ben dienstbaar aan gerechtigheid (Romeinen 6:18).
- Ik ben dienstbaar aan God (Romeinen 6:22).
- Ik ben een zoon van God; (Romeinen 8:14-15).
- Hij is mijn geestelijke Vader (Galaten 3:26; 4:6).
- Ik ben een mede-erfgenaam van Jezus (Romeinen 8:17).
- Ik ben een tempel van God. (1 Korinthiërs 3:16; 6:19).
- Ik ben met Jezus verenigd (1 Korinthiërs 6:17).
- Ik ben een lid van Zijn Ekklesia (1 Korinthiërs 12:27; Efeziërs 5:30).
- Ik ben een nieuwe schepping ( 2 Korinthiërs 5:17).
- Ik ben met God verzoend enz ( 2 Korinthiërs 5:18-19).
- Ik ben een zoon van God enz (Galaten 3:26, 28).
- Ik ben een erfgenaam van God enz (Galaten 4:6-7).
- Ik ben een heilige (Efeziërs 1:1; 1 Korinthiërs 1:2; Filippenzen 1:2).
- Ik ben Gods maaksel enz (Efeziërs 2:10).
- Ik ben rechtvaardig en heilig (Efeziërs 4:24).
- Ik ben een burger van de hemel en zit nu in de hemel (Filippenzen 3:20; Efeziërs 2:6).
- Ik ben met Jezus geborgen in God (Kolossenzen 3:3).
- Ik ben een Openbaring van het leven in Jezus,
- omdat Hij mijn leven is. (Kolossenzen 3:4).
- Ik ben door God uitgekozen, heilig en geliefd (Kolossenzen 3:12; 1 Tessalonicenzen 1:4.
- Ik ben een kind van het licht en niet van de duisternis (1 Tessalonicenzen 5:5).
- Ik ben een deelgenoot van een hemelse roeping (Hebreeërs 3:1).
- Ik ben een deelgenoot van Jezus; ik deel Zijn leven (Hebreeërs 3:14).
- Ik ben één van Gods levende stenen,
en wordt in Jezus opgebouwd tot een geestelijkhuis (1 Petrus 2:5). - Ik ben een uitverkoren geslacht,
- -een koninklijk priesterdom, een heilig volk,
*- een volk als eigendom verkregen (1 Petrus 2:9-10). - Ik ben een vreemdeling en bijwoner op aarde (1 Petrus 2:11).
- Ik ben een vijand van de duivel (1 Petrus 5:8).
- Ik ben een kind van God
*- en zal aan Hem gelijk worden wanneer Hij komt (1 Johannes 3:1-2). - Ik ben uit God geboren en de boze heeft geen vat op mij (1 Johannes 5:18).
- Ik ben niet de grote Ik Ben (Exodus 3:14; Johannes 8:24,28, 58
- Maar wat ik ben is door genade (1 Korinthiërs 5:10).
- Omdat ik in Jezus ben, ben ik rechtvaardig (Romeinen 5:1).
- Ik ben samen met Jezus gestorven, en leef (Romeinen 6:1-6).
- Ik ben altijd vrij van veroordeling (Romeinen 8:1).
- Ik ben in Jezus geplaatst door God (1 Korinthiërs 1:30).
*Ik heb de Geest van God in mijn leven (1 Korinthiërs 2:12). - Ik heb de gezindheid van Jezus ontvangen (1 Korinthiërs 2:16).
- Ik ben met een prijs gekocht….. ( 1Kor 6:19-20).
- Ik ben bevestigd en gezalfd door God enz… (2 Korinthiërs 1:21; Efeziërs 1:13-14)
- Ik ben gestorven, en mijn ik leeft niet meer… ( 2 Korinthiërs 5:14-15).
- Ik ben rechtvaardig gemaakt (2 Korinthiërs 5:21).
- Ik ben met Jezus gekruisigd enz…. ( Galaten 2:20).
- Ik ben gezegend met alle zegeningen (Efeziërs 1:2).
- Ik ben in Jezus uitverkoren enz….. ( Efeziërs 1:41).
- Ik ben voorbeschikt- door God-
*- om als Zijn kind te worden aangenomen (Efeziërs 1:5). - Ik ben verlost en ontvangt een overvloed aan…. (Efeziërs 1:7-8).
- Ik ben levend gemaakt in Jezus ( Efeziërs 2:5).
- Ik ben met Jezus levend gemaakt (Efeziërs 2:6).
- Ik heb direct toegang tot God enz…. (Efeziërs 3:12).
- Ik ben verlost uit de macht van satan enz… (Kolossenzen 1:13).
- Alles is mij vergeven, de schuldbrief is vernietigd ( Kolossenzen 1:14).
- Jezus zelf woont in mij (Kolossenzen 1:27).
- Ik ben stevig geworteld in Jezus….. (Kolossenzen 2:7).
- Ik ben geestelijk besneden… (Kolossenzen 2:11).
- Ik ben volkomen gemaakt in Jezus Christus (Kolossenzen 2:10).
- Ik ben begraven, opgewekt
- -en levend gemaakt samen met Jezus (Kolossenzen 2:12-13).
- Ik ben samen met Jezus gestoven
*- en samen met Hem opgewekt in God,
*- en Jezus is nu mijn leven (Kolossenzen 3:1-4). - Ik heb een geest van kracht, liefde en zelfbeheersing (2 Timotheüs 1:7).
- Ik ben geroepen overeenkomstig Gods voornemen
*- en werking (2 Timotheüs 1:9; Titus 3:5). - Omdat ik geheiligd ben en één ben met mijn Heer,
- – schaamt Hij zich niet om mij zijn broer te noemen (Hebreeërs 2:11).
- Ik ben gerechtig om vrijmoedig naar de troon
- -van God te gaan om barmhartigheid te ontvangen (Hebreeërs 4:16).
- Ik bezit de kostbaarste beloften van God, daarom
- – ben ik een deelgenoot van Gods natuur (2 Petrus 1:4).





