De Profetische Identiteit van Israëls Verstrooiing en Terugkeer
En dus, nu terug naar Abraham en Ismaël, Israël en Edom. Merk op dat ik Ismaël deze keer als eerste heb genoemd, gewoon omdat hij als eerste kwam. Hij was een zoon van Abraham. Israël en Edom waren Abrahams kleinzonen. Het verhaal van Ismaël begint in Genesis hoofdstuk 16. U kunt daarheen bladeren als je dat wilt. Genesis 16 is waar het verhaal van Ismaël begint, maar het eindigt daar zeker niet. Paulus vertelt ons, het werkelijke verhaal van Ismaël wordt verteld in dit verhaal van de volken vandaag zoals we het kennen.
Het verhaal begint in Genesis hoofdstuk 16, maar zeker niet eindigt. Dus laten we het nu herhalen. Het verhaal van Ismaël begint in hoofdstuk 16, waar Hagar, die bezwangerd werd door Abram, een Arabier. Abram had een Griekse moeder en een Ethiopische vader, en werd in de Bijbel soms Hebreeër genoemd. Ik behandel dat ergens anders in een ander boek, dus u kunt dat op een ander moment lezen als u het wilt weten. Maar het verhaal begint in Genesis 16. In hoofdstuk 17, waar zij de voorouder van Ismaël werd door Abram, vertelde God aan haar dat de nakomelingen van Ismaël, die uiteindelijk twaalf vorsten zouden worden, twaalf volken zouden worden, waarvan “de hand tegen allen zou zijn, en de hand van allen tegen hen.” Genesis 16:12. De Ismaëlieten, dat zijn de Arabische volken vandaag, die nu niet alleen in het Midden-Oosten wonen, maar zich over de hele wereld verspreiden. Het verhaal van Ismaël eindigt zeker niet in Genesis 16 en 17.
Het speelt zich op dit moment voor onze ogen af in het Midden-Oosten tussen de Arabieren, tussen de Ismaëlieten in Gaza en de Israëli’s. De Israëlieten, laten we nu kijken of we die kunnen identificeren, eerst uit de Schrift, omdat het eerste dat we moeten doen het identificeren van Schrift is. Dus laten we nu naar de Schrift gaan. Genesis 25. Laten we naar Genesis 25 gaan. In Genesis 25 hebben we het verhaal, het beroemde verhaal van Isaak en Rebekka, en dat hij veertig jaar oud was toen hij Rebekka tot vrouw nam, de dochter van Bethuel, de Syriër uit Paddan-Aram, de zuster van Laban de Syriër.
“En Isaak bad tot God voor zijn vrouw, omdat zij onvruchtbaar was; en God verhoorde zijn stemming, en Rebekka, zijn vrouw, ontving.” Genesis 25:21. En kijk nu naar vers 22. Daar staat: “En de kinderen streden in haar binnenste; en zij zei: Indien het zo is, waarom ben ik zo? En zij ging om God te vragen. En God zei tot haar: Twee volken zijn in uw schoot, en twee natiën zullen uit uw binnenste gescheiden worden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk, en de oudste zal de jongste dienen.” Genesis 25:22–23. Dat is precies en letterlijk wat er gebeurde. Maar dat was ook intuïtief aan de gang in haar schoot. Dat was de strijd die daar plaatsvond.
In vers 24: “En toen haar dagen om te baren vervuld waren, zie, twee tweelingen waren in haar schoot.” Dan in vers 25: “En de eerste kwam uit, rood, geheel als een harig kleed; en zij noemden hem Esau.” Vers 26: “En daarna kwam zijn broer, en zijn hand hield Esau’s hiel vast.” Genesis 25:24–26. Esau was de eerste die geboren werd. We weten dat, we zien dat, we hebben dat zojuist gelezen. Maar wie was de eerste die de positie greep van het eerstgeboorterecht? Dat was Jakob. Hij nam een grip op zijn hiel voordat zij zelfs de baarmoeder verlieten, en die instinctieve strijd heeft op verschillende manieren tot op de dag van vandaag voortgeduurd tussen Esau en zijn nakomelingen en Jakob en zijn nakomelingen.
Jakobs naam werd uiteindelijk veranderd in Israël. In hoofdstuk 32 werd Jakob’s naam Israël. En Esau werd de vader van, en zijn nakomelingen werden de kinderen van Edom. Vanaf het moment dat Esau én zijn eerstgeboorterecht én zijn zegen verloor, en hij verloor bij uitstek de zegen, want hij was geboren aan de verkeerde moeder. Dat is waar het huwelijk onderling begon, vanaf dat moment wordt intuïtief door zijn nakomelingen de strijd gevoerd om deze twee dingen terug te krijgen, op verschillende manieren. En een van de belangrijkste manieren is door te beweren dat zij Israël zijn, want de naam Israël betekent ‘regeren met God’. Ze zijn over de hele wereld verspreid, dus ze willen regeren. Ze zijn er altijd op uit om te regeren. En dat is wat ze intuïtief altijd hebben gedaan, en denken te willen doen, omdat zij menen dat zij recht hebben om te regeren, omdat Esau de eerstgeborene was.
En dat is een feit, Esau was de eerstgeborene. En de vraag is: wie regeert met God? Wie is Israël? Volken die regeren met God.
Nu, er is een deel twee van dit verhaal dat Ted niet behandelt in deze korte versie van zijn boodschap, maar die ik in de lange versie behandel. Het richt al onze ogen op wat de Schrift zelf identificeert als de Israëlieten, en hoe ze in de geschiedenis op een gegeven moment moeten worden gescheiden van de Edomieten, de Ismaëlieten, en al de andere volken.
De Verstrooiing van Israël en Hun Verstooiing Onder de Volken
En dat is belangrijk. En dat is wat Ted bedoelt wanneer hij zegt dat het eerste dat we moeten doen is de Schrift te identificeren. Er is een verhaal, een bijbels verhaal, dat we moeten volgen. Dus laten we het nu hebben over dat tweede deel, dat er bij elk van deze verhalen is, zowel dat van Israël als dat van Ismaël, en dat van Edom. En het verhaal van het fysieke huis van Israël dat moet worden gevolgd naar de laatste dagen van het oude verbond, in de vroege dagen van en tijdens het hele nieuwe verbond. Want Jeremia 31 is het nieuwe verbond. Herinner u dat: dat is wat hij uitlegt in 31.
En het verhaal van Ismaël begint in Genesis hoofdstuk 16 en 17, maar eindigt daar zeker niet. Het werkt zich nog steeds uit in het Midden-Oosten. En hetzelfde geldt voor Edom. Als u Ezechiël 35 leest en Amos 1 en Psalm 83, dan zult u dat zien. En iets meer daarvan tegen het einde van dit bericht. Maar het verhaal van de Israëlieten is er net zo een dat een lange tijd loopt. Maar het begint in Genesis 25, en dat loopt door Genesis 49, dat waar Jacob zijn zonen de profetieën geeft voor de laatste dagen. De laatste dagen, niet van de wereld, maar de laatste dagen van het oude verbond. En dan zijn dat de vroege dagen van het nieuwe verbond.
En dit wordt allemaal duidelijk door de vervulling van het nieuwe verbond dat is gesloten met Israël en Juda. En één huis, en het zal gesloten worden met twee huizen, dat uiteindelijk een huis wordt. Dat is duidelijk uit Ezechiël 37, en dat is precies wat Paulus schreef in Romeinen 9 en 11. Tenzij de verkeerde woorden worden gebruikt. Tenzij er gebruik wordt gemaakt van het Griekse woord ethne, dat het Griekse woord is voor naties, niet voor heidenen. Het betekent naties. Het werd vertaald, in het Engels, en ik weet dat het ook vaak in Nederlandse Bijbels staat, en in veel andere talen als ‘heidenen’. En daarmee bedoelen mensen niet-Israëlieten. Het betekent gewoon naties, en moet vertaald worden als naties. En wanneer je dat doet, wordt Romeinen 9 en 11 heel, heel gemakkelijk te begrijpen.
Maar je moet, voordat je dat doet, alle opvattingen van vervangingsleer uit je hoofd zetten. De kerk vervangt Israël niet. De kerk is niet eens het ecclesia. Daarover hebben we een studie genaamd “waarom de kerk niet het lichaam van Jezus is”. Israël is Israël. Het volk dat onder Christus gebracht wordt, hoort Israël te zijn. En dat is wat Paulus beschrijft. Het is een overblijfsel uit alle families van Israël. Een overblijfsel dat moet worden behouden. Dat is precies wat hij zegt in Romeinen 9:27, “Een overblijfsel zal behouden worden.” En dan in Romeinen 11:26, “En zo zal geheel Israël zalig worden.” Helemaal. Niet alle niet-Israëlieten, geen geestelijke Israël, maar het fysieke Israël. Het overblijfsel uit die twee huizen. Dat zijn de naties waarover in Romeinen 11 wordt gesproken, na de correctie van dat ene woord. En het is allemaal een vervulling van Hosea 1 en 2 en Ezechiël 37.
Dus laten we nu in het tweede deel van dit verhaal kijken naar iets dat in het boek Deuteronomium wordt gezegd. Laten we naar Deuteronomium gaan. Deuteronomium hoofdstuk 28. Dat vertelt het verhaal dat begint met de profetieën over de zegeningen en de vloeken. En in hoofdstuk 28 lezen we de lange lijst van vloeken die zouden komen over de Israëlieten als zij God’s wet zouden overtreden. En de ergste van al deze vloeken, de grootste vloek, is in hoofdstuk 28 vers 64: “En God zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot het andere.” Deuteronomium 28:64. Dat is precies wat er gebeurde. Ze werden verstrooid onder alle naties.
En dan zegt hij in hoofdstuk 30, verzen 1 tot 6, dat wanneer zij onder de naties zijn, en hij noemt het, de laatste dagen, dat zij teruggebracht zullen worden naar God. “En het zal geschieden, wanneer al deze dingen over u zullen komen… en gij onder al de volken zijt gekomen… en gij zult u bekeren tot Heer uw God.” Deuteronomium 30:1–2. En dan zegt hij: “Dan zal Heer uw God uw gevangenschap wenden… en Hij zal u weer vergaderen uit al de volken waarheen Hij u verstrooid heeft.” Deuteronomium 30:3. Dat is in de laatste dagen, niet van de wereld, maar van het oude verbond. Dat is de vroege dagen van het nieuwe verbond. En dat is precies wat er gebeurde. Dat is wat Jeremia 31 zegt. Een overblijfsel wordt teruggebracht.
En dan in Hosea hoofdstuk 1, waar hij spreekt tot het tienstammenhuis van Israël dat in ballingschap is gegaan. Hij zegt: “Gij zijt niet Mijn volk.” Hosea 1:9. Maar dan zegt hij: “Toch zullen de kinderen van Israël talrijk zijn als het zand van de zee… en het zal ter plaatse waar tot hen gezegd werd: Gij zijt niet Mijn volk, tot hen gezegd worden: Gij zijt kinderen van de levende God.” Hosea 1:10. En dan in hoofdstuk 2 vers 23: “Ik zal zeggen tot hen die niet Mijn volk waren: Gij zijt Mijn volk.” Hosea 2:23. Dat is precies wat Paulus citeert in Romeinen 9 en 11. Hij citeert dit, want het gaat over het tienstammenhuis, verstrooid onder de naties, door God zelf weer teruggebracht. Niet fysiek naar het land, maar naar het verbond. Naar het nieuwe verbond. Dat is wat Jeremia zegt. Dat is wat Hosea zegt. Dat is wat Ezechiël zegt. Dat is wat Paulus zegt.
En het is onmogelijk om dit te begrijpen als je de verkeerde termen gebruikt. Als je denkt dat ‘heidenen’ betekent niet-Israëlieten. Het betekent gewoon naties. En het tienstammenhuis werd naar de naties verstrooid. En Israël werd door die verstrooiing zelf een “volk onder de volken”. Ze werden naties. Daarom worden ze nations genoemd in Romeinen 11. Dat is het verhaal van het fysieke huis van Israël dat in de laatste dagen van het oude verbond, en de vroege dagen van het nieuwe verbond, wordt vervuld.
En dit verhaal is belangrijk, want het loopt door de hele Schrift heen. U kunt het volgen van Genesis tot aan de profeten en tot in het Nieuwe Testament, en het Nieuwe Verbond. En dat is het verhaal dat moet worden geïdentificeerd. Dat is wat Ted bedoelt wanneer hij zegt dat we de Schrift moeten volgen, en het verhaal dat de Schrift vertelt.
Het Ware Huis van Israël en Hun Herstel Onder het Nieuwe Verbond
En iets anders: het verhaal van de Israëlieten die de Israëlieten zijn in de laatste dagen en de vroege dagen van het nieuwe verbond, is precies hetzelfde verhaal als dat van Ismaël. Het begint in Genesis 16, maar eindigt daar niet. Het begint in Genesis 25, maar eindigt daar niet. En het verhaal van Edom begint in Genesis 25, maar eindigt daar niet. Het verhaal van Israël begint in Genesis 25, maar eindigt daar niet. Het loopt door tot de laatste dagen van het oude verbond, en dat zijn de vroege dagen van het nieuwe verbond. En dan is het één verhaal, en dat is het verhaal van één huis. En dat is wat Ezechiël 37 zegt.
En ik heb nu al veel gezegd over Ezechiël 37: de twee stokken worden één. Het huis van Juda en het huis van Israël worden samen één. En dat is precies wat Paulus beschrijft in Romeinen 9 en 11. Het is één huis. Eén volk. Eén verbond. En dat is het huis van Israël. Het fysieke huis van Israël, niet een zogenaamd geestelijk huis dat geen verband heeft met de fysieke lijnen. Het is het fysieke huis van Israël, het overblijfsel uit de naties, uit het huis van Israël en uit het huis van Juda. Dat is wat Jeremia 31 zegt. Dat is wat Hosea zegt. Dat is wat Ezechiël zegt. Dat is wat Paulus zegt. Dat is wat Christus zegt wanneer Hij zegt: “Ik ben alleen gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël.” Mattheüs 15:24.
En dat brengt ons bij een ander vers dat vaak verkeerd wordt begrepen. In Johannes hoofdstuk 7, waar de Joden tegen elkaar zeggen: “Zal Hij naar de verstrooiden onder de Grieken gaan en de Grieken leren?” Johannes 7:35. En mensen denken dat dat betekent dat Hij naar de niet-Israëlieten zou gaan, naar de heidenen. Maar wat dat werkelijk betekent is: Hij zal naar de verstrooiden onder de Grieken gaan — dat wil zeggen, naar de Israëlieten die onder de Grieken verstrooid waren. En dat is precies wat gebeurde. Dat is waar Paulus heenging. Dat zijn de mensen aan wie hij schreef. En dat zijn de mensen die de kerk werden. De verstrooide Israëlieten uit het tienstammenhuis die in de naties terecht waren gekomen.
En dat is waarom Jacobus schrijft: “Jakobus, een dienstknecht van God en van de Heere Jezus Christus, aan de twaalf stammen in de verstrooiing, gegroet.” Jakobus 1:1. Hij schreef niet aan de hele wereld, hij schreef niet aan niet-Israëlitische heidenen, hij schreef aan de twaalf stammen die in de verstrooiing waren. Dat is het verhaal. Dat is het verhaal dat de Schrift vertelt. Dat is het verhaal dat Ezechiël vertelt, dat Hosea vertelt, dat Jeremia vertelt, dat Deuteronomium vertelt, en dat Paulus vertelt. En dat is wat Ted bedoelt wanneer hij zegt: we moeten dat verhaal volgen.
En dat brengt ons bij dit laatste punt. En dat is waarom het verhaal van Israël niet eindigt in Genesis. Het begint in Genesis, maar eindigt daar niet. Het verhaal loopt door en door, want in Deuteronomium wordt verteld dat zij verstrooid zouden worden. Dat is gebeurd. Dan staat er dat zij teruggebracht zouden worden. Dat is gebeurd. Niet fysiek naar het land, maar naar het verbond. Naar het nieuwe verbond. Dat is precies wat Jeremia 31 zegt. “Ik zal een nieuw verbond sluiten met het huis van Israël en met het huis van Juda.” Jeremia 31:31. Dat is het overblijfsel. Dat is het verhaal.
En het is een verhaal dat de hele wereld raakt, omdat de hele wereld is beïnvloed door het nieuwe verbond. De hele wereld is beïnvloed door het evangelie. Maar wie heeft het evangelie gedragen? Niet de Ismaëlieten. Niet de Edomieten. Maar het huis van Israël. De mensen die daadwerkelijk het nieuwe verbond hebben aangenomen en het evangelie naar de wereld hebben gebracht. Die volkeren, die naties, die groepen, dat zijn de mensen waarover we moeten spreken wanneer we het hebben over het fysieke huis van Israël in de laatste dagen en in de vroege dagen van het nieuwe verbond. En dat is wat Ted bedoelt in zijn boodschap. Dat is waarom hij zegt: het eerste dat we moeten doen, is de Schrift volgen. En het tweede dat we moeten doen, is zien wat de Schrift zegt over dat ene huis. Want anders wordt het één groot verhaal van verwarring.
En laat me dit zeggen, want dit is belangrijk. Het verhaal van Israël is nooit een verhaal geweest van een klein landje in het Midden-Oosten dat in 1948 werd gesticht. Dat is een modern politiek verhaal. Dat is niet het bijbelse verhaal. Het bijbelse verhaal begint in Genesis, loopt door de profeten, loopt door het nieuwe verbond en loopt tot vandaag. En het heeft te maken met de mensen die werkelijk het evangelie droegen. De mensen die het nieuwe verbond aannamen. De mensen die de wet van God leerden. De mensen die het geloof van Christus in praktijk brachten. Dat zijn de Israëlieten. Dat is het verhaal. En dat verhaal zal blijven doorgaan totdat alles is vervuld zoals de Schrift het zegt.
Het Getuigenis van Geschiedenis en Schrift over Israëls Identiteit
En daarom, als we ons afvragen: wie zijn dan de Israëlieten van vandaag? Dan moeten we ons niet richten op wat de wereld zegt. We moeten ons richten op wat de Schrift zegt. De Schrift zegt dat de Israëlieten verstrooid zouden worden onder alle volken, van het ene einde der aarde tot het andere. En dat zij onder de naties zouden worden zoals de naties, en dat zij in de laatste dagen, niet van de wereld, maar van het oude verbond, zouden worden teruggebracht in één huis, in één volk, in één verbond. Dat is het nieuwe verbond. En dat verbond werd gesloten met het huis van Israël en het huis van Juda. En dat is waarom Hosea zegt dat zij die niet Gods volk waren — het tienstammenhuis dat verstrooid werd — weer Gods volk genoemd zouden worden. En dat is waarom Paulus dat aanhaalt in Romeinen 9 en 11. En dat is waarom Ezechiël 37 zegt dat de twee stokken één worden. Dat is het verhaal.
En dit alles betekent dat het niet de Joden zijn van vandaag. Want de Joden van vandaag — en dat is geen mening, dat staat in hun eigen encyclopedieën, in hun eigen almanakken, in hun eigen geschiedenisboeken — zijn afstammelingen van Edom, van de Idumeërs, die in de tweede eeuw voor Christus gedwongen of vrijwillig het Judaïsme aannamen. Josephus zegt dat. De Joodse almanak van 1980 zegt dat. De Jewish Encyclopedia zegt dat. De Universal Jewish Encyclopedia zegt dat. De Standard Jewish Encyclopedia zegt dat. Ze zeggen allemaal hetzelfde: “Strikt genomen is het onjuist om een oude Israëliet een Jood te noemen, of een hedendaagse Jood een Israëliet of Hebreeër.” Dat is hun eigen verklaring. Niet die van christenen, niet die van theologen, maar van hun eigen Joodse bronnen.
En wanneer we kijken naar de geschiedenis van de verspreiding van het evangelie, dan zien we iets dat perfect past bij de profetieën. Het evangelie ging niet naar het oosten. Het ging niet naar China. Het ging niet naar India. Het ging niet naar de Arabische landen. Het ging naar het westen. Naar Griekenland, naar Rome, naar Spanje, naar Gallië, naar Brittannië, naar de volkeren van Europa, en uiteindelijk naar Amerika. Dat is geen toeval. Dat is geen menselijke strategie. Dat is wat Handelingen 16 vertelt, waar de Heilige Geest Paulus verbood om het evangelie in Azië te brengen. “En zij werden door de Heilige Geest verhinderd het woord in Asia te spreken… en een man uit Macedonië verscheen in een visioen, en zei: kom over en help ons.” Handelingen 16:6–10. Dat is de weg van het evangelie. Westwaarts, niet oostwaarts.
En wanneer we dat verbinden met Deuteronomium 30, waar staat dat zij teruggebracht zouden worden uit alle naties, en met Hosea die zegt dat zij weer Gods volk genoemd zouden worden, en met Jeremia 31 dat zegt dat het nieuwe verbond met Israël en Juda zou worden gesloten, dan wordt het heel duidelijk dat de mensen die het evangelie droegen — de volkeren van Europa en hun afstammelingen in Amerika en elders — de nakomelingen van het huis van Israël zijn. Niet de mensen van het Midden-Oosten die tegenwoordig beweren dat zij Israël zijn. Niet de Edomieten. Niet de Ismaëlieten. Maar degenen die werkelijk het evangelie leefden, uitdroegen, beschermden en verspreidden.
En dat is waarom Dr. Alfred M. Lilienthal Jr., zelf een Jood, zei: “Veel christenen hebben veel meer Hebreeuws, Israëlitisch bloed in hun aderen dan de meeste van hun joodse buren.” Hij wist dat. Veel Joodse historici weten dat. Veel christelijke historici beginnen dat te begrijpen. En de Schrift bevestigt dat volledig. Het fysieke huis van Israël is niet verdwenen. Het is verstrooid. Het is vermengd onder de naties. Het is geworden tot naties. Maar het is niet verdwenen. Het is overal waar het evangelie heen is gegaan en wortel heeft geschoten.
En dat is waarom het verhaal van Israël nooit een verhaal is geweest dat eindigt in Genesis, of eindigt in de ballingschap, of eindigt in Ezra en Nehemia, of eindigt in de val van Jeruzalem in het jaar 70. Het verhaal loopt door in het nieuwe verbond. En het nieuwe verbond wordt gesloten met Israël. En Israël is overal waar het evangelie is gegaan en waar het geloof van Christus is aangenomen. Dat is wat de Schrift zegt. Dat is wat de profeten zeggen. Dat is wat de apostelen zeggen. Dat is wat Christus zegt. En dat is wat de geschiedenis zelf bevestigt.
En dat is waarom het zo belangrijk is om het verhaal van de Schrift te volgen, niet de verhalen van de moderne wereld, niet de verhalen van de politiek, niet de verhalen van de media, niet de verhalen van de kerken die de vervangingsleer prediken. De Schrift zegt dat Israël Israël blijft. En dat het nieuwe verbond wordt gesloten met Israël. En dat Israël een overblijfsel is uit alle families. En dat die families naties worden. En dat die naties het evangelie dragen. Dat is het verhaal dat we moeten volgen. En dat is wat Ted bedoelt wanneer hij zegt: we moeten het bijbelse verhaal volgen, niet de menselijke tradities.
En nu komt het tweede deel van dat verhaal, dat net zo belangrijk is als alles wat ik tot nu toe heb gezegd. Want het is één ding om te zeggen wie Israël niet is. Het is iets anders om te zeggen wie Israël wél is. En dat is iets wat Ted niet in detail behandelt in deze korte versie, maar wat ik in detail behandel in mijn langere versie van deze boodschap. En ik ga dat hier nu niet volledig doen, want dat is niet de bedoeling van deze korte presentatie. Maar ik wil u wel laten zien waar de Schrift ons heen voert wanneer we de profetieën volgen.
De Vervulling van Profetie in Israëls Verspreiding en Herkenning
En dat is belangrijk. Het is van belang te zien waar de Schrift ons heen leidt, zodat we niet verdwalen in de tradities van mensen. Het verhaal van de Israëlieten gaat verder dan Genesis, verder dan de historische boeken, verder dan de profeten, verder dan de ballingschap, verder dan het herstel onder Ezra en Nehemia, verder dan de Makkabeeën, verder dan de Romeinse tijd. Het loopt door tot in het nieuwe verbond, omdat het nieuwe verbond met hen werd gesloten, niet met een nieuw gemaakt volk, niet met een geestelijke entiteit zonder fysieke wortels, maar met het fysieke huis van Israël en het fysieke huis van Juda. En dat nieuwe verbond zou een overblijfsel redden uit alle families van Israël, die verstrooid waren onder de volken, en hen terugbrengen, niet naar het land, maar naar het verbond.
En dat alles is precies wat Deuteronomium 30 voorspelt. Daar staat dat wanneer zij in de laatste dagen — en opnieuw, de laatste dagen van het oude verbond — onder de volken zijn en tot inkeer komen, God hen terug zal brengen. Niet terug in een boot, niet terug naar een modern land, niet via een VN-resolutie, maar terug naar Zijn verbond. “En het zal geschieden, wanneer al deze dingen over u zullen komen… en gij onder al de volken zijt gekomen… en gij zult u bekeren tot Heer uw God.” Deuteronomium 30:1–2. En vers 3: “Dan zal Heer uw God uw gevangenschap wenden.” Deuteronomium 30:3. Dat is de terugkeer. Dat is de restauratie. Dat is het nieuwe verbond.
En dat is hetzelfde verhaal dat Hosea vertelt. Hosea spreekt tot het tienstammenhuis dat was verstrooid. Zij werden “niet Mijn volk” genoemd. Maar dan zegt hij: “Toch zullen de kinderen van Israël talrijk zijn als het zand van de zee… en het zal ter plaatse waar tot hen gezegd werd: Gij zijt niet Mijn volk, tot hen gezegd worden: Gij zijt kinderen van de levende God.” Hosea 1:10. En: “Ik zal zeggen tot hen die niet Mijn volk waren: Gij zijt Mijn volk.” Hosea 2:23. En Paulus citeert precies die verzen. Waarom? Omdat hij wist dat hij niet schreef aan niet-Israëlitische heidenen, maar aan het tienstammenhuis verstrooid onder de naties.
En dat is wat Ezechiël 37 ons ook leert. De twee stokken, de ene voor Juda, de andere voor Israël, worden één in de hand van God. En dat is het nieuwe verbond. Eén volk, één huis, één verbond. Niet vervangingsleer, niet een nieuw volk zonder wortels, niet een mystiek geestelijk lichaam dat losstaat van het fysieke volk dat Hij in Genesis 17 en Exodus 19 heeft aangenomen als Zijn volk. Maar hetzelfde volk, dezelfde families, dezelfde afstamming — alleen verstrooid, in ongerechtigheid gevangen, en dan verlost in het nieuwe verbond.
En dat brengt ons bij de geschiedenis. Want de geschiedenis bevestigt wat de Schrift zegt. De mensen aan wie Paulus schreef waren niet de voorvaderen van de moderne Joden. Hij schreef aan Romeinen, aan Galaten, aan Korinthiërs, aan Efeziërs, aan Tessalonicenzen — allemaal in Europa, in Anatolië, in Griekenland. En zij namen het evangelie aan. Zij waren de naties die het licht ontvingen. En waarom? Omdat zij — op welke wijze dan ook, door geschiedenis, migratie, verstrooiing — deel waren van de verspreide Israëlieten.
En dat is waarom deze natie door de eeuwen heen, tot aan de Reformatie, tot aan de grote zendingsbewegingen, tot aan de kolonisatie van Amerika, steeds bestond uit de volkeren die de Schrift beschrijft als “de naties” waar Israël zich onder vermengde. En het is geen toeval dat het evangelie precies die richting uitging. En het is geen toeval dat Paulus verhinderd werd om naar Azië te gaan. Hij moest naar Macedonië. Hij moest naar Griekenland. Hij moest naar Rome. Hij moest naar de volkeren waar de Israëlieten onder verstrooid waren.
Dat alles betekent dat wanneer wij vandaag willen weten wie Israël is, wij niet moeten kijken naar de moderne staat Israël, niet naar de mensen die zichzelf Joden noemen, maar naar de volkeren die het evangelie droegen, die de Schrift beschermden, die de morele wetten aannamen, die de cultuur bouwden op de fundamenten van de Schrift. Dat zijn de Israëlieten. Niet door claim, niet door titel, niet door politiek, maar door het verhaal van de Schrift, door de profeten, door de apostelen, door het nieuwe verbond.
En dit brengt ons bij het laatste deel van deze boodschap. Want nu we gezien hebben wie Israël niet is, en wie Israël wél is volgens de Schrift, is het tijd om te kijken naar wat dat betekent voor vandaag, voor het Midden-Oosten, voor de politiek, voor de eschatologie, en voor het begrip van wat er werkelijk aan de hand is in de wereld. En dat is waar Ted naartoe werkt in zijn langere versie van deze boodschap, en waar ik in mijn volledige behandeling nog veel dieper op inga.
Edom, Ismaël en Israël in de Moderne Konflikten
En dat brengt ons precies bij de situatie van vandaag. Want als de mensen die vandaag in het land Israël wonen niet de Israëlieten zijn, maar Edomieten, zoals hun eigen geschriften zeggen, en als de mensen die vandaag de dag bekend staan als Palestijnen niet de Israëlieten zijn, maar Ismaëlieten, zoals de Schrift zegt, dan is de strijd die we vandaag zien geen strijd tussen Israëlieten en Arabieren. Het is een strijd tussen Edomieten en Ismaëlieten over iets dat aan geen van beiden toebehoort. En dat is waarom het nooit tot rust komt. Dat is waarom het nooit eindigt. Dat is waarom er altijd bloedvergieten zal zijn tussen hen. Omdat ze allebei vechten over iets dat Yahweh niet aan hen heeft gegeven.
Edom probeert nog steeds terug te krijgen wat Esau verloor. En Ismaël probeert nog steeds terug te krijgen wat hem in feite nooit is beloofd. Maar wat wel opgemerkt moet worden is dat het moderne Midden-Oosten ook het ware Israël niet meer toebehoord, omdat het nieuwe Jeruzalem niet over terugkeer gaat naar het Midden-Oosten, maar de landen waarin het ware Israël zich nu bevindt. Het Midden-Oosten van tegenwoordig werd later bewoond door Ismaël, eeuwenlang hebben zij daar gewoond, totdat Amerika de joodse staat ging oprichten en de joden werden daar in geplaatst door Amerika alsof de joden daar altijd al hadden gewoond. Er zijn foto’s van het Midden-Oosten waarin te zien was hoe netjes dat land was, voordat de joden daar werden geïnstalleerd. Dat laat ook zien dat Edom maar op één ding uit is, stelen van alle volkeren, of ze nu blank zijn of niet. Edom heeft het FIAT systeem ontworpen om het volk financieel uit te kleden.
Israël werd verstrooid. En Israël werd een volk onder de volken. En Israël werd de naties die het evangelie droegen. En Israël werd het volk van het nieuwe verbond. En Israël keerde terug tot Yahweh. En dat is waarom ze het evangelie droegen. En dat is waarom de geschiedenis zo is zoals die is. En dat is waarom de moderne wereld eruitziet zoals ze eruitziet. En dat is waarom het Midden-Oosten eruitziet zoals het eruitziet. En dat is waarom de wereld de Israëlieten niet herkent. Omdat zij zichzelf niet herkennen. Omdat zij hun eigen identiteit zijn kwijtgeraakt.
En dat is precies wat Hosea zei dat zou gebeuren. Hij zei dat ze verstrooid zouden worden. Dat ze “niet Mijn volk” genoemd zouden worden. Dat ze hun identiteit zouden verliezen. Dat ze denken dat ze geen volk van God zijn. Maar dan zouden ze teruggebracht worden. En dan zouden ze weer kinderen van de levende God genoemd worden. Hosea 1:10 zegt: “En het zal geschieden dat op de plaats waar tot hen gezegd werd: gij zijt niet Mijn volk, tot hen gezegd zal worden: gij zijt kinderen van de levende God.” En dat is precies wat is gebeurd. In de naties. Niet in Palestina. Niet in het Midden-Oosten. In de naties waar het evangelie naartoe ging.
En dat is wat Paulus zag. En dat is waarom hij Hosea citeerde. En dat is waarom hij sprak over de naties. En dat is waarom hij sprak over een overblijfsel. En dat is waarom hij sprak over de twee huizen die één worden. En dat is waarom hij sprak over de olijfboom. En de takken die afgebroken werden. En de takken die geënt werden. En dat alles gaat over Israël. Niet over de kerk die Israël vervangt. Niet over een mix van alle volken die samen een nieuw volk vormen. Maar over het fysieke huis van Israël dat teruggebracht werd naar het verbond.
En dit alles betekent dat de moderne conflicten in het Midden-Oosten, hoe tragisch ze ook zijn, niet moeten worden gezien als de vervulling van bijbelse profetieën over Israël. Want de mensen die daar vechten zijn niet de mensen van het verbond. Zij zijn niet de Israëlieten. De Edomieten vechten tegen de Ismaëlieten. En zij zullen blijven vechten. Totdat Yahweh zelf ingrijpt in Zijn tijd, niet om hen te redden omdat zij Zijn volk zijn, maar omdat Hij een plan heeft dat niets te maken heeft met hun claims.
Maar voor ons, voor degenen die werkelijk het evangelie hebben aangenomen, voor degenen wier voorouders het evangelie droegen, voor degenen die onder het nieuwe verbond vallen, is het van het grootste belang te herkennen wie wij zijn. Want als wij niet weten wie Israël is, kunnen wij niet begrijpen wat het nieuwe verbond is, wat de profetieën betekenen, wat de geschiedenis betekent, wat de toekomst betekent. En dat is waarom Ted zegt dat dit drie sleutels zijn — Israël, Edom en Ismaël — om de Bijbel en de huidige gebeurtenissen correct te begrijpen.
En dat is waar ik dit deel wil laten eindigen. Want het laatste gedeelte van deze boodschap gaat nog verder in op wat dit betekent — theologisch, historisch, profetisch, en praktisch — voor ons leven en voor ons begrip van Gods plan. En dat is wat ik in het volgende deel zal behandelen.
De Drie Sleutels om Bijbel en Wereldgebeurtenissen te Begrijpen
Laat me nu dit laatste punt maken dat ik wil dat u echt begrijpt. En ik wil dat u dit begrijpt, niet omdat het mijn mening is, niet omdat het Teds mening is, maar omdat het de Schrift is. De Schrift zegt dat er drie sleutels zijn. Drie sleutels die u moet begrijpen als u de Bijbel op de juiste manier wilt interpreteren, als u wilt begrijpen wat er werkelijk in de wereld gebeurt, als u wilt begrijpen waarom het Midden-Oosten is zoals het is, waarom de moderne politiek is zoals zij is, waarom de geschiedenis zich heeft ontwikkeld zoals zij is, en waarom de wereld in verwarring verkeert over wie Israël is.
De eerste sleutel is Israël. Het fysieke Israël. Niet het moderne politieke Israël. Niet de mensen die zichzelf Joden noemen. Niet de vervangingsleer. Niet een spirituele interpretatie die alle volken omvat. Maar het fysieke huis van Israël zoals de Schrift het definieert. Het huis dat begon met Jakob. Het huis dat werd verstrooid onder de naties. Het huis dat in de laatste dagen van het oude verbond teruggebracht werd in het nieuwe verbond. Dat huis. Dat volk. Dat is de eerste sleutel.
De tweede sleutel is Edom. Het volk dat begon met Esau. Het volk dat de broederhaat erfde. Het volk dat volgens de Schrift eeuwig vijandig zou staan tegenover Jakob. Het volk dat volgens de profeten het bloed van Israël zou vergieten. Het volk dat volgens Amos zijn broeder met het zwaard zou achtervolgen. Het volk dat volgens Psalm 83 bovenaan staat in de samenzwering tegen Israël. En het volk dat volgens hun eigen geschriften in de tweede eeuw voor Christus Judaïeten werd genoemd nadat zij tot het Judaïsme waren bekeerd. Dat is de tweede sleutel.
De derde sleutel is Ismaël. De zoon van Hagar. De vader van de Arabische naties. De man waarvan God zei: “Hij zal een wilde ezel van een mens zijn; zijn hand tegen allen, en de hand van allen tegen hem.” Genesis 16:12. Het volk dat zich vermenigvuldigde tot twaalf vorsten. Het volk dat zich uitbreidde door het hele Midden-Oosten. Het volk dat vandaag de dag centraal staat in de conflicten die de wereld bezighouden. Dat is de derde sleutel.
Als u deze drie sleutels niet begrijpt — Israël, Edom, Ismaël — dan kunt u niet begrijpen wat de Bijbel zegt. U kunt niet begrijpen wat de profeten zeggen. U kunt niet begrijpen wat Jezus zegt. U kunt niet begrijpen wat Paulus zegt. U kunt niet begrijpen wat de geschiedenis doet. U kunt niet begrijpen wat het nieuws betekent. U kunt niet begrijpen waarom de dingen zijn zoals ze zijn.
Maar als u deze drie sleutels begrijpt, dan valt alles op zijn plaats. Dan ziet u waarom de conflicten zijn zoals zij zijn. Dan ziet u waarom de moderne staat Israël niet het bijbelse Israël kan zijn. Dan ziet u waarom de Palestijnen niet het bijbelse Israël kunnen zijn. Dan ziet u waarom de wereld in verwarring is. Dan ziet u waarom de kerken in verwarring zijn. Dan ziet u waarom de eschatologie in de war is. Dan ziet u waarom de politiek chaotisch is. Dan ziet u waarom de geschiedenis verloopt zoals zij verloopt.
En laten we dit duidelijk vaststellen: Ted is niet de enige die dit ziet. Veel historici zien dit. Veel theologen zien dit. Veel Joodse schrijvers zien dit. Veel seculiere onderzoekers zien dit. Maar de meeste christenen zien het niet omdat zij zijn opgevoed met verkeerde definities. Zij zien Edom en denken dat het om Joden gaat. Zij zien Israël en denken dat het om Joden gaat. Zij zien Ismaël en denken dat het irrelevant is. En daardoor missen zij de grote lijnen van de Schrift.
Maar als u deze drie sleutels toepast, dan ziet u dat het verhaal van Genesis doorloopt tot Openbaring. Dan ziet u dat Hosea, Jeremia, Ezechiël, Deuteronomium en Paulus allemaal hetzelfde verhaal vertellen. Dan ziet u dat het nieuwe verbond met Israël is, niet met de wereld. Dan ziet u dat de verstrooide Israëlieten teruggebracht worden in het verbond. Dan ziet u dat Edom hen altijd zou bestrijden. Dan ziet u dat Ismaël een rol zou spelen. Dan ziet u dat alles wat vandaag gebeurt precies is wat de Schrift zegt dat zal gebeuren.
En dat, mijn vrienden, is waarom Ted deze boodschap geeft. Niet om politiek te bedrijven. Niet om ruis te creëren. Niet om mensen boos te maken. Maar om de Schrift te laten spreken. Om de waarheid te laten spreken. Om het verhaal van God te laten spreken. Om terug te keren naar Zijn wet. Om terug te keren naar Zijn verbond. Om terug te keren naar Zijn identiteit. Want als wij niet weten wie wij zijn, weten wij niet wat wij moeten doen. Als wij niet weten wie Israël is, weten wij niet wat het nieuwe verbond betekent. Als wij niet weten wie Edom is, weten wij niet wie de vijand is. Als wij niet weten wie Ismaël is, weten wij niet wat de geschiedenis doet. En dat is waarom deze drie sleutels zo belangrijk zijn.
Dit is waar Ted het voor nu laat, en waar ik in mijn langere behandeling van deze materie nog veel dieper op inga. Maar voor dit moment laat ik het hierbij. Overweeg deze dingen. Lees de Schrift opnieuw. Leg de oude tradities naast u neer. En laat God spreken. Want Hij spreekt nog steeds. En Zijn woord verandert niet.
De Ware Identiteit van Israël en de Terugkeer naar het Verbond
Jeremia hoofdstuk 31, we beginnen met vers 1. Jeremia 31, en op dat moment, op dat moment, welk moment? Laten we dat eens uitzoeken. Kijk naar het vorige vers, het laatste vers van het vorige hoofdstuk, Jeremia 30 en vers 24. “En de hevige toorn van God zal niet terugkeren voordat Hij het heeft gedaan, en voordat Hij de voornemens van Zijn hart heeft uitgevoerd; in de laatste dagen zult u het overwegen.” Jeremia 30:24.
In de laatste dagen. De laatste dagen. Niet van de wereld, maar de laatste dagen van het Oude Verbond. En dus ook in de vroege dagen van en gedurende het gehele Nieuwe Verbond. Zoals de context hier zeer binnenkort zal bewijzen. Nu Jeremia 31 in vers 1 in zijn geheel: “En tegelijkertijd, in de laatste dagen van het Oude Verbond, het begin van het Nieuwe. Op datzelfde moment, zegt God, zal Ik de God zijn van alle families van Israël, en zij zullen Mijn volk zijn.” Jeremia 31:1.
Heel Israël, dat wil zeggen elke Israëliet? Nee, dat is niet wat er staat. “Alle families van Israël.” In feite een overblijfsel van alle families van Israël, zowel uit het huis van Juda als uit het huis van Israël. Kijk naar vers 7: “Want zo zegt God: zing met vreugde voor Jakob, en juich onder de leiders van de volken, maak het bekend en prijs het, en zeg: O God, red uw volk, het overblijfsel van Israël.” Jeremia 31:7.
Het overblijfsel van Israël. Net zoals we ook vinden in Romeinen hoofdstuk 9 en Romeinen hoofdstuk 11. Een verlost overblijfsel van Israël in Romeinen 9:27 en 11:5. En heel Israël, of alle families van Israël in Romeinen 11:26. Laten we daar eens naar kijken. Romeinen hoofdstuk 9, vers 27: “En ook Jesaja roept uit over Israël: Hoewel het aantal kinderen van Israël is als het zand van de zee, zal een overblijfsel worden gered.” Romeinen 9:27.
Spring naar hoofdstuk 11, vers 5: “En zo is er ook nu een overblijfsel naar de uitverkiezing van de genade.” Romeinen 11:5. En dan vers 26: “En zo zal heel Israël zalig worden; zoals geschreven staat: ‘Er zal uit Sion een Verlosser komen, die de goddeloosheid van Jakob zal afwenden.'” Romeinen 11:26.
Is Paulus nu dubbelzinnig? Helemaal niet. Hoe kunnen een overblijfsel dat wordt gered en Israël dat wordt gered met elkaar in overeenstemming worden gebracht? Dat is eenvoudig, op voorwaarde dat je de ethne in Romeinen 9 en Romeinen 11 correct identificeert als afstammelingen van het huis van Israël in plaats van vermeende niet-Israëlitische heidenen. Met andere woorden, op voorwaarde dat je ethne — het Griekse woord dat ten onrechte en vreselijk is vertaald als ‘heidenen’ — vervangt door ‘naties’.
Hetzelfde geldt voor goyim in het Oude Testament. Haal het woord heidenen weg en schrijf er ‘naties’ boven. Zoals ik deed. Dat opent wat we zien in Romeinen hoofdstuk 9 en 11. Hosea spreekt nergens over niet-Israëlieten. Alles gaat over de volken van het diaspora-huis van Israël, die door God waren verstrooid via de Assyriërs.
Nu terug naar Jeremia 31. In Jeremia 31, in de verzen 1 en 7, profeteerde Jeremia dat een overblijfsel uit alle families van Israël gered zou worden — aan het einde van het oude verbond, en dus aan het begin van het nieuwe verbond. Vers 31 tot en met 34: “Zie, de dagen komen, zegt God, dat Ik een nieuw verbond zal sluiten met het huis van Israël en met het huis van Juda… Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.” Jeremia 31:31–33.
En dan vers 34: “Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonden niet meer gedenken.” Jeremia 31:34. Over wie profeteerde Jeremia? Over het overblijfsel van Israël. Met wie zou God Zijn nieuwe verbond sluiten? Dezelfde vraag die ooit aan Ted werd gesteld: met wie werd het nieuwe verbond gesloten?
Sla Hebreeën 8:8–10 open en je ziet exact dezelfde tekst. Het nieuwe verbond is nergens in de Schrift gesloten met de kerk als abstract idee van alle volken. Het werd gesloten met dezelfde twee huizen die door de profeten worden genoemd: het huis van Israël en het huis van Juda.
En dit alles maakt het volkomen duidelijk dat de ware Israëlieten niet verdwijnen, niet vervangen zijn, niet opgelost in ‘geestelijke’ betekenissen, maar als overblijfsel hersteld worden in het Nieuwe Verbond, precies zoals Jeremia, Hosea en Ezechiël profeteren.






