Waakzaamheid tegenover valse redders en geestelijke misleiding
Ik wil hier verdergaan met wat Jezus zei in Mattheüs 24, want dit vormt een rechtstreeks vervolg op de troost van Jesaja 40. Jezus begon Zijn onderwijs niet met tekenen, oorlogen of rampen, maar met een waarschuwing. Hij wist waar het echte gevaar lag, niet in aardbevingen of hongersnoden, maar in misleiding. Hij zei niet: let op wat zij doen, maar: ziet toe dat niemand u misleidt. Dat is veelzeggend.
Vooral christenen lopen dit gevaar, omdat zij geneigd zijn te luisteren naar iemand die zegt: “Ik ben ook een christen.” Als iemand openlijk zegt dat hij Jezus Christus haat of atheïst is, dan weet je waar je aan toe bent. Maar wanneer iemand naar je toe komt, wetende dat jij christen bent, en zegt: “Ik geloof in Jezus Christus,” dan luister je. Juist daar ligt de kwetsbaarheid. Juist daar waarschuwt Jezus voor.
Wanneer Hij zegt dat er velen zullen komen in Zijn Naam, bedoelt Hij niet noodzakelijk dat zij letterlijk zullen zeggen dat zij Jezus zijn, maar dat zij zullen komen als redders, als oplossers, als degenen die zeggen: ik heb het antwoord, ik kan jullie beschermen, ik kan jullie angst wegnemen. Het woord Christus betekent Messias, Verlosser. En daar zullen er velen van opstaan.
We hebben daar in onze tijd tragische voorbeelden van gezien. Mensen die hun volgelingen wijsmaakten dat alleen zij hen konden redden van gevaar, terwijl zij hen uiteindelijk de dood in leidden. Zij speelden in op angst. Zij schilderden een wereld vol dreiging en boden zichzelf aan als enige uitweg. Dat is precies het patroon waar Jezus voor waarschuwde.
Daarom is het van groot belang dat christenen niet alleen luisteren, maar toetsen. Niet toetsen aan gevoel, niet aan emotie, niet aan charisma, maar aan het Woord van God. Johannes begreep dit toen hij schreef dat wij niet elke geest moeten geloven, maar de geesten moeten beproeven of zij uit God zijn, omdat vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld. Dat was al zo in zijn tijd, en dat is vandaag niet minder waar.
Het opmerkelijke is dat Johannes een zeer scherpe toets noemt. Hij zegt niet alleen dat iemand moet zeggen dat hij in Jezus gelooft, maar dat hij moet belijden dat Jezus Christus in het vlees is gekomen. Dat lijkt eenvoudig, maar het legt iets bloot. Het confronteert. Het dwingt tot een duidelijke belijdenis. En juist daar struikelen velen.
Mensen kunnen spreken over Jezus, over liefde, over vrede, over gerechtigheid, en toch niet uit God zijn. Johannes zegt ook dat de wereld naar hen luistert. Dat is een belangrijk kenmerk. Wanneer iemand enorme aantallen wereldse mensen achter zich aan krijgt, mensen wier levens niet veranderd zijn, mensen die geen vrucht dragen, dan moet er een alarm afgaan. Niet omdat aantallen verkeerd zijn, maar omdat de wereld de waarheid niet liefheeft.
Daarom is deze tijd, als wij inderdaad aan het einde van dit tijdperk leven, een tijd van verhoogde waakzaamheid. Niet van paniek, maar van nuchterheid. Niet van angst, maar van onderscheidingsvermogen. En precies daar sluit Jesaja 40 weer op aan. Want wie weet wie God is, en wie weet wie de mens is, zal niet vallen voor valse redders.
Jesaja 40 leert ons dat de mens gras is. Dat betekent dat geen enkele mens, hoe overtuigend ook, hoe machtig ook, hoe populair ook, de rol van Verlosser kan dragen. Alleen God redt. Alleen God regeert. Alleen God brengt het Koninkrijk.
Toetsing van de geesten en het onderscheid tussen waarheid en dwaling
Sla 1 Johannes open, want Johannes begreep deze situatie toen hij schreef dat christenen niet lichtvaardig mogen zijn. Hij wist dat misleiding niet alleen van buitenaf komt, maar juist van binnenuit, uit hen die beweren bij Christus te horen. Hij schreef dit niet aan heidenen, maar aan gelovigen.
“Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.” 1 Johannes 4:1
Dit was geen toekomstige waarschuwing, dit was al werkelijkheid. Vele valse profeten waren toen al uitgegaan in de wereld. Zij gebruikten dezelfde woorden, dezelfde termen, dezelfde religieuze taal, maar zij waren niet uit God. Daarom zegt Johannes dat er een toets nodig is.
“Hieraan kent gij de Geest van God: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God, en elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God; en dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt dat hij komen zal, en hij is nu al in de wereld.” 1 Johannes 4:2 t/m 3
Negentienhonderd jaar geleden was de geest(inspiratie van antichrist al in de wereld. Dat betekent dat antichrist niet een toekomstige figuur is, maar een geest, een inspiratie, een houding, een manier van denken die Christus ontkent, verdraait of vervangt. En die geest(inspiratie) kan zich heel religieus voordoen.
Het dilemma waar Johannes op wijst, is dat veel van deze mensen beweren in Jezus Christus te geloven. Zij gebruiken Zijn naam. Zij spreken over geloof. Zij spreken over verlossing. Maar wanneer zij geconfronteerd worden met een duidelijke belijdenis, blijkt er iets te ontbreken. Zij kunnen of willen het niet zeggen. Dat is geen toeval.
Er werd mij verteld, en ik heb het zelf nog niet op grote schaal getest, maar het klinkt logisch, dat wanneer je iemand vraagt om eenvoudig te zeggen: “Ik geloof dat Jezus Christus in het vlees is gekomen,” sommigen zichtbaar ongemakkelijk worden. Zij aarzelen. Zij draaien weg. Zij weigeren het te zeggen. Dat alleen al zegt genoeg.
Misschien is deze toets ons wel gegeven. Niet om mensen te veroordelen, maar om onszelf te beschermen. Want Jezus waarschuwde dat velen zouden komen en zeggen dat zij van Hem waren, en dat zij velen zouden misleiden. Daarom moeten wij verder kijken dan woorden alleen.
Johannes gaat verder.
“Zij zijn uit de wereld, daarom spreken zij uit de wereld, en de wereld luistert naar hen.” 1 Johannes 4:5
Dat is een ander kenmerk. Wanneer iemand een enorme aanhang heeft van wereldse mensen, mensen die geen vruchten dragen van gehoorzaamheid, mensen wier levens niet veranderd zijn, dan moet dat iets zeggen. De wereld luistert naar hen, zegt Johannes. Dat is geen aanbeveling, maar een waarschuwing.
“Wij zijn uit God; wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. Hieraan kennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling.” 1 Johannes 4:6
Hier maakt Johannes het onderscheid scherp. Het gaat niet om populariteit. Het gaat niet om aantallen. Het gaat om waarheid. En waarheid wordt niet gemeten aan applaus, maar aan gehoorzaamheid aan Gods Woord.
Dit verklaart waarom zoveel kerken vandaag de dag leerstellingen verkondigen die door een eenvoudige toets aan de Schrift als vals kunnen worden ontmaskerd. Zij noemen zich christelijk, maar spreken uit de wereld. Zij volgen de geest van de tijd, niet de Geest van God.
Daarom, als wij leven in een tijd van misleiding, dan is dat geen reden tot angst, maar tot waakzaamheid. Wij moeten de Schrift kennen. Wij moeten toetsen. Wij moeten onderscheiden. Niet op basis van gevoel, maar op basis van het Woord van God.
Angst, misleiding en de vaste hoop van het komende Koninkrijk
Ik lees dit alles om te benadrukken dat, als de profetie waar is, en ik geloof dat zij dat is, wij aan het einde van dit tijdperk leven en dat dit een tijdperk van misleiding zal zijn, waarin zelfs de uitverkorenen mogelijk misleid zouden kunnen worden. En dat geldt ook voor ons. Daarom moeten wij voorzichtig zijn. Daarom moeten wij waakzaam zijn. Daarom moeten wij de Bijbel bestuderen. Daarom moeten wij de geesten beproeven. Daarom moeten wij luisteren naar wat mensen zeggen en doen en dat niet toetsen aan onze emoties, maar aan het Woord van God.
Dat is precies wat wij moeten doen. En juist daarom wil ik dat u Jesaja 40 openslaat. Want ik weet dat u soms bang zult zijn. Misschien zelfs ontmoedigd of depressief, wanneer u de deken van dwaling ziet die over ons volk is uitgespreid. Wanneer u ziet hoe mensen massaal achter valse leringen aanlopen, hoe waarheid wordt ingeruild voor gevoelens, hoe Gods wet wordt verworpen en hoe de mens zichzelf verheft. Wanneer u dat ziet, wil ik dat u zich twee zeer belangrijke waarheden herinnert.
Ten eerste: Jezus komt terug. Ten tweede: Hij komt om te regeren.
Hij komt niet om toe te kijken, niet om te onderhandelen en niet om een compromis te sluiten met deze wereld. Hij komt om te zitten op een troon over een rechtvaardig koninkrijk, een koninkrijk waarin geen verdriet en geen dood meer zullen zijn, en waarin gerechtigheid over de hele aarde zal heersen. Dit is de grote hoop van allen die werkelijk in Jezus Christus geloven.
Wat er vandaag gebeurt, wat er morgen gebeurt en wat er volgend jaar gebeurt, is van weinig belang in vergelijking met deze twee zekerheden. Jezus komt. En Hij zal regeren. In het licht van die waarheid verbleken al deze andere dingen tot onbeduidendheid.
De valse priesters, de kleine valse profeten, de kleine Christus-haters en alle andere dwazen zijn uiteindelijk van geen betekenis, hoe machtig zij ook lijken, hoe groot hun invloed ook lijkt te zijn, en hoe velen van onze broeders zij ook lijken te misleiden. Zij zijn van weinig of geen belang in het licht van Gods plan.
Daarom wil ik niet dat u bang bent voor hen wanneer u Jesaja 40 leest. Integendeel, ik wil dat dit hoofdstuk u rust geeft. Ik wil dat het u herinnert aan wie God is en aan wie wij zijn. Ik wil dat u zichzelf ziet zoals God u ziet, en dat u Hem ziet zoals Hij werkelijk is.
“Troost, troost Mijn volk, zegt uw God.” Jesaja 40:1
Dat is geen lege troost. Dat is geen goedkope bemoediging. Dat is een goddelijke verklaring. God Zelf zegt: troost Mijn volk. Niet omdat het volk goed is, maar omdat Hij trouw is. Niet omdat de omstandigheden gunstig zijn, maar omdat Zijn beloften vaststaan.
Dit hele hoofdstuk is een woord van troost. Een woord voor mensen die bang zijn voor de dingen die over de aarde komen. En God begint die troost niet met het verheffen van de mens, maar met het verheerlijken van Zichzelf.
Het Woord van God als enige vaste grond te midden van vergankelijkheid
“Spreek naar het hart van Jeruzalem en roep haar toe dat haar strijd volbracht is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand van de HEERE het dubbele ontvangen heeft voor al haar zonden.” Jesaja 40:2
Nu predik ik, week na week, voor een christelijk publiek dat veel minder weet van deze dingen dan u weet, en de belangrijkste boodschap is dat Amerika in moeilijkheden verkeert omdat Amerika zondigt tegen Gods wet. Gods wetten worden overtreden en daarom staat het volk onder oordeel. En hier zegt God tegen Jeruzalem dat zij het dubbele heeft ontvangen uit de hand van de HEERE voor al haar zonden. Wanneer een volk het stadium bereikt waarin het het dubbele heeft ontvangen in het oordeel voor zijn zonden, dan zal God dat volk bekeren en herstellen. Daarom is dit een boodschap van hoop. Niet omdat het oordeel ontbreekt, maar omdat het oordeel zijn werk doet.
“De stem van hem die roept in de woestijn: Bereidt de weg van de HEERE, maakt in de wildernis een rechte baan voor onze God.” Jesaja 40:3
Dit is geen oproep tot emotie, geen oproep tot religieuze opwinding, maar een oproep tot voorbereiding. God komt. Niet op de voorwaarden van de mens, maar op Zijn eigen voorwaarden. Elk dal zal verhoogd worden en elke berg en heuvel zal verlaagd worden. Alles wat de mens verheft zal worden neergeworpen, en alles wat vernederd is zal worden opgericht.
“En de heerlijkheid van de HEERE zal geopenbaard worden, en alle vlees zal het samen zien, want de mond van de HEERE heeft gesproken.” Jesaja 40:5
De heerlijkheid die zal verschijnen is niet die van politieke systemen, niet die van ideologieën, niet die van valse priesters of valse messiassen, maar de heerlijkheid van God Zelf. En dan volgt de kern van deze troost.
“Al het vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem van het veld. Het gras verdort, de bloem verwelkt, wanneer de adem van de HEERE daarover blaast; voorwaar, het volk is gras.” Jesaja 40:6 t/m 7
Dit is geen belediging, dit is waarheid. De mens is tijdelijk. De mens is kwetsbaar. De mens is vergankelijk. En juist daarin ligt de troost. Want als de mens gras is, dan kan hij geen redder zijn. Dan kan hij geen messias zijn. Dan kan hij geen fundament vormen voor hoop.
“Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het Woord van onze God bestaat tot in eeuwigheid.” Jesaja 40:8
Dat is het contrast. Alles wat de mens bouwt vergaat. Alles wat de mens belooft faalt. Alles wat de mens verheft stort in. Maar het Woord van God blijft. Dat is de enige vaste grond. Dat is de enige zekerheid. Dat is de enige reden waarom angst uiteindelijk geen plaats heeft bij hen die God kennen.
Daarom is de boodschap van Jesaja 40 niet: vertrouw op jezelf, niet: vertrouw op leiders, niet: vertrouw op systemen, maar: vertrouw op het Woord van God. Want wanneer alles verdort en verwelkt, blijft dat Woord staan.
De ware grootheid van God tegenover menselijke hoogmoed
“O Sion, gij verkondigster van goede boodschap, klim op een hoge berg. O Jeruzalem, gij verkondigster van goede boodschap, verhef uw stem met kracht, verhef haar, vrees niet, zeg tot de steden van Juda: Zie, uw God.” Jesaja 40:9
Hier wordt geen mens aangekondigd, geen leider, geen hervormer, geen redder uit vlees en bloed, maar God Zelf. Dat is de kern van de goede boodschap. Niet wat mensen kunnen doen, maar wie God is en wat Hij doet. De boodschap is niet: zie wat wij bereikt hebben, maar: zie, uw God.
“Zie, de Heere HEERE zal komen met sterke hand, en Zijn arm zal heersen voor Hem; zie, Zijn loon is bij Hem en Zijn arbeidsloon gaat voor Hem uit.” Jesaja 40:10
God komt niet aarzelend, niet afhankelijk, niet onderhandelend. Hij komt met macht. Zijn arm heerst. Niet de arm van de mens, niet de arm van naties, niet de arm van ideologieën. Zijn arm. En Zijn loon is bij Hem, niet bij mensen, niet bij systemen, niet bij instellingen.
“Hij zal Zijn kudde weiden als een herder; Hij zal de lammeren in Zijn arm vergaderen en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.” Jesaja 40:11
Dit is geen tegenstelling met Zijn macht. Dit is dezelfde God. De Almachtige is ook de Herder. De Schepper van hemel en aarde is Degene Die de zwakken draagt. Dat is waarom geen mens ooit Zijn plaats kan innemen. Geen mens kan tegelijk almachtig en volmaakt zorgzaam zijn.
Vanaf dit punt begint Jesaja te laten zien hoe absurd het is dat mensen zichzelf verheffen of afgoden maken. Niet alleen afgoden van hout en steen, maar ook afgoden van macht, wetenschap, vooruitgang en menselijke wijsheid.
“Wie heeft de wateren met Zijn vuist gemeten en van de hemel met de spanwijdte afgemeten, en het stof der aarde in een maat gevat, en de bergen gewogen in een weegschaal en de heuvelen in een balans?” Jesaja 40:12
De mens meet en berekent en viert elke kleine ontdekking alsof hij iets groots heeft bereikt. God heeft dit alles al gedaan voordat de mens bestond. De mens meet wat God schiep. Dat is het verschil.
“Wie heeft de Geest van de HEERE bestuurd, en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen?” Jesaja 40:13
Dit is een vraag zonder antwoord. Niemand. Geen filosoof. Geen wetenschapper. Geen theoloog. Geen regering. Geen mens. En toch doet de mens alsof hij God kan corrigeren, verbeteren of vervangen.
“Met wie heeft Hij raad gehouden, die Hem inzicht gaf, en wie heeft Hem onderwezen in het pad van het recht?” Jesaja 40:14
Wanneer je dit leest en werkelijk laat doordringen, verdwijnt menselijke hoogmoed vanzelf. Niet door vernedering van buitenaf, maar door inzicht. Door het zien van wie God is.
En juist dát is troost. Want als God zo is, dan rust de toekomst niet op ons. Dan rust zij op Hem.
De volken als niets en de dwaasheid van menselijke afgoderij
“Zie, de volken zijn als een druppel aan een emmer, en worden geacht als stofje op de weegschaal; zie, Hij heft de eilanden op als fijn stof. Libanon is niet genoeg om te branden, en zijn dieren zijn niet genoeg voor een brandoffer. Alle volken zijn als niets voor Hem, zij worden door Hem geacht als minder dan niets en ijdelheid.” Jesaja 40:15 t/m 17
Dit zijn woorden die haaks staan op alles wat de mens graag over zichzelf gelooft. De mens verheft naties, rijken, culturen en beschavingen tot iets groots en blijvends. God noemt ze een druppel, een stofje, minder dan niets. Niet omdat Hij wreed is, maar omdat Hij waarachtig is. In het licht van Zijn majesteit stelt menselijke macht eenvoudigweg niets voor.
Wanneer dit niet begrepen wordt, ontstaat afgoderij. Niet alleen de afgoderij van beelden, maar de afgoderij van vertrouwen op mensen, systemen en werken van menselijke handen.
“Aan wie wilt u God vergelijken, of welke vergelijking zult u op Hem toepassen? De vakman giet een beeld, en de goudsmid overtrekt het met goud en giet er zilveren kettingen voor.” Jesaja 40:18 t/m 19
De mens, die zelf gras is, maakt iets met zijn handen en noemt dat vervolgens zijn god. Als hij rijk is, gebruikt hij goud en zilver. Als hij arm is, gebruikt hij hout dat niet rot. Maar het principe blijft hetzelfde. Hij maakt iets dat niet kan spreken, niet kan redden, niet kan oordelen, en buigt daarvoor.
“Hij die te arm is voor een hefoffer, kiest hout dat niet verrot; hij zoekt een kundig vakman om een gesneden beeld op te richten dat niet wankelt.” Jesaja 40:20
Hoe schrijnend dit ook klinkt, dit is precies de toestand van de mens zonder God. Hij vertrouwt liever op iets dat hij kan zien en aanraken dan op de levende God. En dit geldt niet alleen voor heidenen met beelden, maar ook voor moderne samenlevingen die hun vertrouwen stellen in economie, wetenschap, politiek en militaire macht.
God reageert hier niet met een lange redenering, maar met een eenvoudige vraag.
“Heeft u het niet geweten? Hebt u het niet gehoord? Is het u niet van den beginne verkondigd? Hebt u het niet verstaan van de grondvesting der aarde af?” Jesaja 40:21
Met andere woorden: dit is geen nieuwe waarheid. De mens heeft dit altijd kunnen weten. Vanaf het begin heeft God Zich bekendgemaakt. Niet alleen in woorden, maar in de schepping zelf.
“Hij is het Die zetelt boven de kring der aarde, en haar bewoners zijn als sprinkhanen; Hij is het Die de hemel uitspant als een dun doek en hem uitspreidt als een tent om in te wonen.” Jesaja 40:22
De mens ziet zichzelf als middelpunt. God ziet hem als een bewoner op aarde, klein en tijdelijk. En toch, juist deze God heeft Zich met deze kleine mens verbonden. Niet omdat de mens groot is, maar omdat God genadig is.
Vanaf hier wordt het nog scherper. God richt Zijn blik op machthebbers, leiders en rechters, mensen voor wie de wereld beeft.
“Hij maakt de vorsten tot niets, Hij maakt de rechters der aarde tot ijdelheid.” Jesaja 40:23
Zij lijken geplant, gegrondvest, onaantastbaar. Maar het is schijn.
“Zij worden nauwelijks geplant, nauwelijks gezaaid, nauwelijks schiet hun stam wortel in de aarde, of Hij blaast over hen, en zij verdorren, en een wervelwind voert hen weg als stoppels.” Jesaja 40:24
Dit is Gods perspectief. Wat voor de mens massief en blijvend lijkt, is voor God vluchtig. En dat is geen reden tot angst, maar tot rust. Want als dit waar is, dan staat niets Gods plan in de weg.
De kracht van God tegenover vermoeidheid en menselijke zwakte
“Aan wie zult gij Mij vergelijken, of wie is Mijn gelijke? zegt de Heilige.” Jesaja 40:25
Met deze vraag sluit God elke vergelijking af. Er is niets en niemand waarmee Hij vergeleken kan worden. Geen macht, geen rijk, geen leider, geen ideologie. Hij staat buiten alles wat geschapen is. En dan nodigt Hij ons uit om omhoog te kijken, niet om te dromen, maar om te begrijpen.
“Slaat uw ogen op naar omhoog en ziet: Wie heeft deze dingen geschapen? Hij is het Die hun heir voortbrengt naar getal; Hij roept ze allen bij name; vanwege de grootheid van Zijn kracht en omdat Hij sterk van vermogen is, ontbreekt er niet één.” Jesaja 40:26
De mens telt legers, God telt sterren. De mens kent aantallen, God kent namen. En niet één ontbreekt. Dat betekent dat niets buiten Zijn controle valt. Geen chaos, geen oorlog, geen misleiding, geen ondergang. Alles staat onder Zijn gezag, ook wanneer wij dat niet begrijpen.
En dan richt God Zich tot Zijn volk, dat in verwarring is geraakt, dat moe is geworden, dat het gevoel heeft dat God hen vergeten is.
“Waarom zegt gij dan, Jakob, en spreekt gij, Israël: Mijn weg is voor de HEERE verborgen en mijn recht gaat aan mijn God voorbij?” Jesaja 40:27
Dit is de klacht van een volk dat lijdt. Niet van ongelovigen, maar van gelovigen. Mensen die God kennen, maar Hem even niet meer herkennen in hun omstandigheden. Mensen die denken dat hun weg buiten Gods zicht is geraakt.
En daarop volgt Gods antwoord.
“Weet gij het niet? Hebt gij het niet gehoord? De eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, wordt niet moe en niet mat; Zijn verstand is niet te doorgronden.” Jesaja 40:28
God raakt niet uitgeput. Hij raakt niet overweldigd. Hij raakt niet in verwarring. Wat voor ons te groot is, is voor Hem eenvoudig. Wat voor ons onbegrijpelijk is, is voor Hem volkomen helder.
En juist deze God richt Zich tot de zwakken.
“Hij geeft de vermoeide kracht en Hij vermeerdert de sterkte van wie geen krachten heeft.” Jesaja 40:29
Niet aan de zelfverzekerden. Niet aan de hoogmoedigen. Niet aan hen die denken dat zij het zelf wel kunnen. Maar aan de vermoeiden. Aan hen die geen kracht meer hebben.
“Jongelingen zullen moe en mat worden, en jongemannen zullen zeker vallen.” Jesaja 40:30
Zelfs het beste wat de mens te bieden heeft faalt uiteindelijk. Kracht, jeugd, intelligentie, doorzettingsvermogen, het houdt allemaal een keer op.
“Maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen; zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden; zij zullen lopen en niet moe worden, zij zullen wandelen en niet mat worden.” Jesaja 40:31
Dit is geen poëtische overdrijving. Dit is een geestelijke werkelijkheid. Niet dat de weg altijd gemakkelijk wordt, maar dat de kracht nooit ophoudt. Niet uit onszelf, maar uit Hem.
Daarmee eindigt Jesaja 40. Niet met angst. Niet met dreiging. Niet met wanhoop. Maar met vertrouwen. Met rust. Met zekerheid.
De mens is gras. De volken zijn stof. De leiders zijn tijdelijk. Maar God is eeuwig. En wie dat ziet, hoeft niet bang te zijn voor de dingen die over de aarde komen. Want de HEERE regeert. En Zijn Koninkrijk komt.
Waarom vrezen wij dan deze vijanden van Christus en vijanden van het christendom? Ja, ik geloof dat wij moeten weten wat zij doen. Wij moeten begrijpen wat er verkeerd gaat, zodat wij kunnen corrigeren wat verkeerd is en ons volk kunnen onderwijzen en instrueren. Maar wanneer wij Gods Woord lezen en telkens weer terugkeren naar de Schrift, dan wordt duidelijk dat angst nooit de juiste reactie is.
Wanneer u luistert naar een of andere zogenaamde redder die zegt dat hij u kan bevrijden van deze problemen en beproevingen, sla dan opnieuw Jesaja 40 open. Lees het langzaam. Laat het doordringen. Ontdek daar dat uw vijand niet alwetend is, niet almachtig is, en in werkelijkheid weinig of geen kracht bezit. Ontdek daar dat alleen God kan redden, alleen God kan leiden en alleen God het einde vanaf het begin kent.
Jesaja 40 geeft ons hoop en troost door ons te laten zien wie wij zijn en wie God is. Wij zijn zwak, tijdelijk en vergankelijk. Hij is eeuwig, almachtig en onveranderlijk. En juist in dat contrast ligt onze rust. Niet omdat wij niets zijn, maar omdat Hij alles is.
Wij danken God dat Hij Zich aan ons heeft geopenbaard in Zijn Woord. Wij danken Hem dat Hij ons niet heeft overgelaten aan verwarring, angst en misleiding, maar dat Hij ons een vast fundament heeft gegeven. En wij bidden dat Hij onze angst wegneemt, zodat wij niet vrezen voor de dingen die over de aarde komen, maar wandelen in vertrouwen.
Want onze vijanden bestaan niet buiten Gods plan. Zij hebben een doel, hoe pijnlijk dat soms ook is: om Israël te tuchtigen, om ons terug te brengen tot gehoorzaamheid, om ons te leren dat er geen redding is in de mens, geen redding in systemen en geen redding in naties, maar alleen in de HEERE, de God van Israël.
Daarom kijken wij niet uit naar de toekomst met vrees, maar met verwachting. Niet omdat de wereld beter wordt, maar omdat God Zijn Koninkrijk vestigt. Niet omdat de mens verandert, maar omdat God trouw blijft. En in dat vertrouwen rusten wij, wetend dat Zijn Woord nooit faalt en Zijn beloften nooit worden gebroken.






