Wanneer het kerksysteem openbreekt
Wat zich momenteel binnen het kerkelijke landschap in Nederland afspeelt, is geen tijdelijke terugval en geen lokaal probleem. Het is een openbreken. In hoog tempo sluiten kerkgebouwen, gemeenten vallen uiteen, voorgangers verdwijnen uit beeld en besturen raken onderling verdeeld. Steeds vaker blijven mensen op papier lid, maar zijn zij in de praktijk afgehaakt. Wat jarenlang bijeen is gehouden door structuur en organisatie, begint nu zichtbaar te scheuren.
De verklaringen die worden gegeven blijven oppervlakkig. Men spreekt over te weinig mensen, te hoge kosten, vergrijzing en onvoldoende draagvlak. Maar dat zijn niet de oorzaken, dat zijn de gevolgen. De kern van het probleem ligt dieper. Het systeem dat zichzelf “kerk” noemt, is gebouwd op een verkeerde aanname.
God heeft namelijk nooit een kerk gesticht. Dat idee is later ontstaan. Het woord dat in het Nieuwe Testament wordt gebruikt is ecclesia. Dat betekent geen kerkgebouw, geen instituut en geen religieuze organisatie. Ecclesia betekent uitgeroepenen. Dat woord is afkomstig uit de wereld van volk, vergadering en bestuur. Het is geen religieuze term, maar een politieke aanduiding.
“En Ik zeg u dat gij Petrus zijt, en op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen.” Mattheüs 16:18
Dit vers wordt vaak aangehaald om het bestaande kerkmodel te verdedigen. Maar Jezus sprak hier niet over een organisatie of een bestuurssysteem. Hij sprak over een volk dat Hij zou verzamelen. De ecclesia is geen plaats waar men naartoe gaat, maar een groep mensen die wordt uitgeroepen. Uitgeroepen uit iets, en uitgeroepen tot iets.
De Schrift laat zien wie dat volk is.
“Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot eigendom verworven heeft.” 1 Petrus 2:9
Hier wordt niet gesproken over een kerk, maar over een volk. Afkomst, identiteit en bestemming staan centraal. De ecclesia is onlosmakelijk verbonden met Israël. Het gaat om de uitgeroepenen uit Israël. Niet om een nieuwe religie, maar om het herstel en de bijeenroeping van het volk waarmee God een verbond sloot.
Het moderne kerksysteem heeft deze lijn verlaten. Israël werd losgekoppeld. Afkomst werd irrelevant verklaard. Volk werd vervangen door organisatie. En wat overbleef was een religieus systeem dat zichzelf moest onderhouden met structuren, bestuur en macht.
Daarom zie je vandaag overal dezelfde patronen terugkeren. Interne strijd over koers en leer. Besturen die zich verschuilen achter vertrouwelijkheid. Voorgangers die verdwijnen omdat zij klem komen te zitten tussen beleid en weerstand. Leden die afhaken omdat zij merken dat waarheid is ingeruild voor behoud van het systeem.
De leugen waarop dit alles rust, heeft zijn hoogste punt bereikt. Dat het instituut gelijk zou staan aan Gods werk. Dat gebouwen heilig zouden zijn. Dat aantallen zegen bewijzen. Steeds meer mensen voelen dat dit niet klopt en accepteren het niet langer.
De Schrift is daar duidelijk over.
“Maar de Allerhoogste woont niet in tempels met handen gemaakt.”
Handelingen 7:48
Wanneer mensen toch blijven doen alsof God gebonden is aan gebouwen, besturen en structuren, blijft uiteindelijk alleen het systeem over. En een systeem zonder waarheid houdt zichzelf niet in stand. Daarom vallen gemeenten uiteen. Daarom sluiten kerken. Daarom loopt het leeg.
Dit is geen verval van geloof. Dit is het oordeel over een constructie die zich ten onrechte als Gods huis heeft gepresenteerd.
Verdeeldheid als onthulling en het zwijgen van het systeem
Wanneer een systeem zijn houdbaarheid verliest, ontstaat er verdeeldheid. Niet omdat er iets misgaat, maar omdat iets zichtbaar wordt. Zolang een constructie nog functioneert, kunnen tegenstellingen worden afgedekt met overleg, procedures en vage formuleringen. Maar zodra de druk toeneemt, komen onderliggende spanningen aan de oppervlakte. Dat is geen ontsporing, dat is onthulling.
Binnen gemeenten zien we steeds hetzelfde patroon terugkeren. Er ontstaan twee groepen. De ene groep wil vasthouden aan de bestaande leiding en structuur, de andere groep wil verandering of afscheid. Besturen reageren daarop niet met openheid, maar met beheersing. Communicatie wordt eenrichtingsverkeer. Besluiten worden achter gesloten deuren genomen. Zwijgen wordt gepresenteerd als zorgvuldigheid.
Daarbij wordt verdeeldheid zelf neergezet als het probleem. Niet de oorzaak ervan, maar het feit dát mensen vragen stellen. Wie benoemt wat er misgaat, wordt weggezet als onruststoker. Kritiek wordt gelijkgesteld aan afbraak. Zo hoeft het systeem zichzelf niet te onderzoeken.
De Schrift laat een totaal ander beeld zien.
“Want er moeten ook scheuringen onder u zijn, opdat openbaar worde wie onder u beproefd zijn.” 1 Korinthiërs 11:19
Verdeling wordt hier niet gezien als iets dat koste wat kost vermeden moet worden, maar als een middel waardoor zichtbaar wordt wat standhoudt en wat niet. Het probleem is dus niet dat er verdeeldheid ontstaat. Het probleem is dat het instituut haar vreest, omdat verdeeldheid macht blootlegt.
Wat nu in veel gemeenten gebeurt, is dat waarheid wordt ingeruild voor stabiliteit, omdat zij te ontwrichtend is voor de bestaande orde. Daarom verschuilt men zich achter termen als vertrouwelijkheid, bescherming en beleid. Niet om helderheid te brengen, maar om vragen buiten de deur te houden.
De Schrift spreekt daar helder over.
“Want er is niets verborgen dat niet openbaar zal worden, en niets geheim dat niet bekend zal worden.” Lukas 12:2
Zwijgen vertraagt openbaring niet, het stelt haar slechts uit. En hoe langer dat duurt, hoe groter de breuk wanneer zij alsnog zichtbaar wordt. Dat verklaart waarom conflicten niet klein blijven, maar escaleren. Niet door emotie, maar door opgestapelde stilte.
Ook het leiderschapsmodel speelt hierin een centrale rol. In het moderne kerkmodel is de voorganger een functie geworden binnen een organisatie. Hij staat tussen bestuur en gemeente in en moet beide bedienen. Zodra hij niet meer past binnen de gekozen koers of structuur, ontstaat spanning. Niet omdat hij per se fout is, maar omdat het systeem geen afwijking verdraagt.
Jezus waarschuwde hier expliciet voor.
“Gij weet dat de machthebbers der volken over hen heersen en dat hun groten gezag over hen uitoefenen. Zo zal het onder u niet zijn.” Mattheüs 20:25–26
Toch is dit precies wat zichtbaar is geworden. Hiërarchie, controle en beheersing zijn leidend geworden. Niet waarheid, maar rust. Niet openheid, maar behoud. En waar dat gebeurt, verdwijnt betrokkenheid. Mensen vertrekken niet altijd officieel. Ze verdwijnen. Stil. Zonder strijd. Omdat ze begrijpen dat hun aanwezigheid niets meer verandert.
Dat verklaart ook waarom kerken niet alleen leden verliezen, maar samenhang. Niet omdat mensen onverschillig zijn geworden, maar omdat zij merken dat het instituut belangrijker is dan wat het zegt te vertegenwoordigen.
Dit proces is niet te stoppen, omdat het niet van buitenaf komt. Het komt van binnenuit. Het systeem wordt geconfronteerd met zijn eigen fundament.
Beleving vult het gevoel, maar niet de mens
Dat kerken nu leeglopen en uiteenvallen, heeft ook een duidelijke oorzaak die men liever niet benoemt. Het hele systeem is gebouwd op beleving. Niet op waarheid, niet op Gods wetten, maar op gevoel. De samenkomst moest iets doen. Iets oproepen. Iets laten ervaren. En zolang mensen dat gevoel nog even kregen, bleef men komen.
Maar gevoel is geen fundament. Gevoel is tijdelijk.
Wat in kerken wordt aangeboden, lijkt sterk op wat drank doet. Het geeft even een roes. Even warmte. Even verbondenheid. Even rust. Maar het werkt niet blijvend. De volgende dag is het weg. En dan moet men terug voor een nieuwe dosis. Een nieuwe samenkomst. Een nieuwe prikkel. Een nieuw moment.
Dat is geen opbouw. Dat is afhankelijkheid.
De Schrift kent dit mechanisme al lang.
“Zij hebben Mij verlaten, de bron van levend water, en zich bakken uitgehouwen, gebroken bakken, die geen water houden.” Jeremia 2:13
Beleving is zo’n gebroken bak. Het houdt niets vast. Het geeft even het idee van vervulling, maar laat niets achter. Daarom voelen mensen zich na verloop van tijd leeg, ondanks jarenlange kerkgang. Ze hebben veel gevoeld, maar niets ontvangen dat blijft.
Dat is ook precies waarom Hosea zegt dat het volk te gronde gaat door gebrek aan kennis. Niet omdat men niets wist, maar omdat men Gods wetten had verworpen. En waar Gods wetten ontbreken, wordt alles vervangen door ervaring.
“Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis.” Hosea 4:6
“Daar gij de kennis verworpen hebt, zal Ik u verwerpen.” Hosea 4:6
Gods wetten geven structuur, richting en orde. Ze vormen een volk. Gevoel doet dat niet. Gevoel verbindt niet blijvend. Het vermaakt, ontroert en sust, maar het bouwt niets. Daarom moeten samenkomsten steeds aantrekkelijker worden. Muziek harder. Woorden vriendelijker. Boodschappen lichter. Alles om het gevoel vast te houden.
Maar zoals bij drank geldt ook hier: wat steeds sterker moet worden om hetzelfde effect te geven, is zijn kracht al kwijt.
De Schrift waarschuwt hier duidelijk voor.
“Tevergeefs eren zij Mij, daar zij leringen leren die geboden van mensen zijn.” Mattheüs 15:9
Wat men vandaag “aanbidding” noemt, is vaak niets anders dan emotionele stimulatie. Het vult het moment, maar niet de mens. En zodra mensen dat doorhebben, ontstaat afstand. Eerst innerlijk. Daarna uiterlijk. Men blijft nog even zitten, maar is al vertrokken.
Dat verklaart waarom kerken niet alleen leden verliezen, maar ook samenhang. Men deelt geen waarheid meer, alleen momenten. En momenten verbinden niet. Ze verdampen.
Daarom werkt dit systeem niet meer. Mensen hebben genoeg gevoeld. Ze merken dat het hen nergens brengt. Dat er niets verandert. Dat er geen richting is, geen orde, geen vaste grond. En wat geen vaste grond heeft, zakt weg.
Dit is geen plotselinge crisis. Dit is de logische uitkomst van een model dat gevoel heeft verheven boven gehoorzaamheid en beleving boven waarheid. En dat model is aan zijn einde gekomen.
Zonder wet geen volk en zonder volk geen ecclesia
Wat nu zichtbaar wordt in het uiteenvallen van kerken, het leegstromen van gemeenten en het afbrokkelen van samenkomsten, is het directe gevolg van het loslaten van Gods wetten. Dat loslaten is niet op zichzelf gebeurd. Het hangt rechtstreeks samen met het loslaten van Israël als volk. Want Gods wetten zijn nooit los verkrijgbaar geweest van het volk waaraan zij gegeven zijn.
De Schrift is daar vanaf het begin helder over.
“Hij verkondigt Jakob Zijn woord, Israël Zijn inzettingen en Zijn verordeningen. Zo heeft Hij aan geen enkel volk gedaan; en Zijn verordeningen, die kennen zij niet.” Psalm 147:19–20
Gods wetten zijn gegeven aan Israël. Niet aan een religie, niet aan een organisatie, maar aan een volk. Zodra kerken zeggen dat de wet niet meer geldt, zeggen zij in feite dat Israël niet meer geldt. En zodra Israël wordt losgelaten, verdwijnt ook de ecclesia, want die bestaat alleen bij de gratie uit een volk dat wordt uitgeroepen.
Dat is waarom het begrip ecclesia vandaag niets meer betekent binnen kerken. Het is losgemaakt van afkomst, losgemaakt van verbond en losgemaakt van gehoorzaamheid. Wat overblijft is een lege term, gevuld met beleving, programma’s en woorden, maar zonder inhoud.
De Schrift laat zien wat er gebeurt wanneer een volk zonder wet verdergaat.
“In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat juist was in zijn eigen ogen.” Richteren 21:25
Dat is exact de toestand waarin kerken zich nu bevinden. Geen vaste norm. Geen vaste maat. Iedereen vult het in zoals het goed voelt. De ene samenkomst zus, de andere zo. De ene leer vandaag, morgen weer aangepast. Alles beweegt, maar niets staat vast.
Daarom ontstaan er conflicten. Niet omdat mensen kwaadwillig zijn, maar omdat zonder wet alles subjectief wordt. Wat voor de één goed voelt, voelt voor de ander verkeerd. En waar gevoel regeert, kan geen eenheid bestaan.
Gods wetten doen precies het tegenovergestelde.
“Gij zult Mijn inzettingen en Mijn verordeningen onderhouden; de mens die ze doet, zal daardoor leven.” Leviticus 18:5
Wet geeft leven omdat zij orde schept. Niet als last, maar als fundament. Niet als beperking, maar als bescherming. Wanneer die wet wordt verworpen, blijft er niets over dat mensen werkelijk verbindt. Dan probeert men dat gemis op te vullen met emotie, structuur of macht. Maar geen daarvan kan vervangen wat is losgelaten.
Daarom zie je dat kerken steeds harder hun best moeten doen om mensen vast te houden. Meer activiteiten. Meer beleving. Meer woorden. Maar hoe meer men toevoegt, hoe duidelijker het wordt dat de kern ontbreekt. Het is als een huis waarin steeds nieuwe meubels worden gezet, terwijl het fundament wegzakt.
De Schrift waarschuwt hier al lang voor.
“Zie, dagen komen, luidt het woord van de HEERE, dat Ik een honger zal zenden in het land; geen honger naar brood en geen dorst naar water, maar naar het horen van de woorden van de HEERE.” Amos 8:11
Die honger is nu zichtbaar. Mensen voelen dat zij geen richting krijgen. Geen vaste maat. Geen waarheid die standhoudt. En daarom verlaten zij het systeem. Niet omdat zij niets meer willen, maar omdat zij meer zoeken dan gevoel.
Zonder wet is er geen volk. Zonder volk is er geen ecclesia. En zonder ecclesia blijft alleen religie over. Dat is wat nu afbrokkelt. Niet tijdelijk, maar definitief.
Geen herstel van kerken, maar het einde van religie
Wat nu zichtbaar wordt, vraagt niet om herstel van kerken, maar om het onder ogen zien van een einde. Niet het einde van God, niet het einde van geloof, maar het einde van religie als vervanging van gehoorzaamheid. Kerken proberen nog steeds oplossingen te vinden binnen hetzelfde kader. Nieuwe vormen, nieuwe woorden, nieuwe leiders. Maar een systeem dat zijn fundament heeft verworpen, kan niet worden gerepareerd.
De fout zit niet in de uitvoering, maar in de basis. Zolang men vasthoudt aan het idee dat God werkt via instituten, besturen en samenkomsten, blijft men rondcirkelen in hetzelfde probleem. Het loslaten van Gods wetten heeft onvermijdelijk geleid tot het loslaten van volk, orde en richting. Wat daaruit is voortgekomen, is religie. En religie heeft altijd een einddatum.
De Schrift is daar helder over.
“Niet een ieder die tot Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is.” Mattheüs 7:21
Woorden, beleving en belijdenis zijn nooit voldoende geweest. Gehoorzaamheid was altijd de maat. Waar die ontbreekt, blijft slechts vorm over. En vorm kan een tijd bestaan, maar houdt geen stand wanneer mensen doorzien dat er niets achter zit.
Daarom zie je nu geen terugkeer, maar losmaking. Mensen verlaten geen kerk om een andere kerk te zoeken. Ze verlaten het hele idee. Niet uit rebellie, maar uit helderheid. Ze hebben gezien dat wat hen werd aangeboden, hen niet bracht waar het beloofde hen te brengen.
Dit is geen verlies. Dit is ontmaskering.
De Schrift heeft dit patroon al eerder laten zien.
“Want de tijd komt dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij naar hun eigen begeerten leraars zullen verzamelen, omdat hun het gehoor geprikkeld wordt.” 2 Timotheüs 4:3
Dat stadium ligt achter ons. Het prikkelen heeft zijn werking verloren. Mensen zijn moe van woorden zonder inhoud, van samenkomsten zonder richting en van systemen die zichzelf beschermen in plaats van waarheid te dienen.
Wat overblijft, is geen leegte, maar ruimte. Ruimte om religie los te laten. Ruimte om terug te keren naar wat altijd centraal stond: Gods wetten, volk en orde. Niet georganiseerd door mensen, maar gegeven door God.
Kerken verdwijnen omdat zij geen bestaansrecht meer hebben. Niet omdat God faalt, maar omdat het systeem faalt dat in Zijn naam sprak zonder Zijn wegen te volgen. Dat proces is niet te stoppen, omdat het rechtvaardig is.
Dit is geen crisis die opgelost moet worden. Dit is een afsluiting. Een hoofdstuk dat wordt gesloten.
Wie dat blijft ontkennen, zal proberen puinhopen te repareren. Wie het herkent, zal begrijpen dat er niets te redden valt wat nooit door God is opgericht.
En daarmee eindigt niet alles. Daarmee eindigt alleen de illusie.
De leer van ribera en de opname vóór de grote verdrukking
Daarmee kwam ook een ander evangelie. Geen evangelie dat spreekt over volk, wet en koninkrijk, maar een evangelie dat is opgebouwd rond een specifiek eindtijdmodel. Generaties zijn grootgebracht met de leer die teruggaat op Ribera, waarin wordt geleerd dat er een opname van de gemeente vóór de grote verdrukking zal plaatsvinden.
Volgens deze leer zal een deel worden weggenomen, terwijl anderen achterblijven. Degene die wordt weggenomen, behoort tot de gemeente. Degene die achterblijft, zal door een periode gaan die wordt aangeduid als de grote verdrukking. Deze verdrukking zou vervolgens worden gekenmerkt door wereldwijde chaos, een antichristelijke heerschappij en een hernieuwde focus op de joodse staat.
Aan dit model werd een vast schema gekoppeld. Eerst de opname van de gemeente. Daarna de grote verdrukking voor degenen die zijn achtergebleven. Vervolgens de opkomst van een antichrist, en in dat kader ook de verwachting van een herbouwde tempel in de joodse staat. Dit geheel werd gepresenteerd als een sluitend toekomstbeeld, waarbij de kerk geen deel meer zou hebben aan wat daarna volgt.
Deze leer is decennialang herhaald, onderwezen en verabsoluteerd. Niet als één uitleg onder velen, maar als de uitleg. Andere lezingen werden gemarginaliseerd of weggezet als onbijbels. Zo werd dit eindtijdverhaal diep verankerd in het denken van hele generaties.
Maar wat mensen nu zien, is dat dit schema niet uitkomt. De opname vóór de grote verdrukking blijft uit. De verwachte ontwikkelingen volgen niet het patroon dat deze leer voorspelt. In plaats van een toenemende voorbereiding op een herbouwde tempel, groeit wereldwijd juist de afkeer tegen de joodse staat. De ruimte voor zo’n tempel wordt niet groter, maar kleiner. De tekenen wijzen een andere richting uit.
Daardoor begint men te beseffen dat wat als vaststaand werd gepresenteerd, gebaseerd was op een leer die niet overeenkomt met wat zichtbaar wordt. Niet omdat mensen hun geloof verliezen, maar omdat de werkelijkheid het aangeleerde schema ondermijnt.
En wanneer een leer jarenlang wordt verkondigd, maar structureel niet wordt bevestigd door wat zich ontvouwt, verliest zij haar gezag. Niet door tegenstand, maar door haar eigen uitblijven. Dat is wat nu gebeurt. De leer van de opname vóór de grote verdrukking valt niet om door kritiek, maar doordat zij geen werkelijkheid wordt.
En daarmee valt opnieuw een bouwsteen weg onder het kerkelijke verhaal dat eeuwenlang is doorgegeven.
Wat hierbij niet los gezien kan worden, is dat Paulus precies voor dit soort ontwikkelingen heeft gewaarschuwd. Niet algemeen, maar concreet. Hij spreekt niet alleen over een ander evangelie, maar ook over een andere jezus. Dat is essentieel, want leer en persoon horen bij elkaar. Wie een ander toekomstbeeld verkondigt, verkondigt onvermijdelijk ook een andere jezus.
Paulus schrijft daarover het volgende.
“Want indien de eerste de beste een andere jezus predikt, die wij niet gepredikt hebben, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet ontvangen hebt, of een ander evangelie, dat gij niet aangenomen hebt, gij verdraagt dat zeer goed.” 2 Korinthiërs 11:4
Paulus zegt hier niet dat mensen het niet merken. Hij zegt dat zij het verdragen. Dat zij het accepteren. Dat zij zich laten onderwijzen in iets anders dan wat oorspronkelijk is overgeleverd. En dat is exact wat met dit eindtijdmodel is gebeurd. Niet één leerpunt werd aangepast, maar het hele kader waarin Jezus wordt geplaatst.
De jezus die past binnen de leer van de opname vóór de grote verdrukking, is een jezus die zijn gemeente losmaakt van volk, wet en geschiedenis. Een jezus die zijn volgelingen vooraf wegneemt, terwijl de rest van de wereld doorgaat in wat daarna komt. Dat is een fundamenteel ander beeld dan Jezus zoals Hij spreekt over volharding, koninkrijk en gehoorzaamheid.
Daarmee is ook het evangelie verschoven. Niet openlijk, maar subtiel. Niet door ontkenning, maar door herinterpretatie. Het evangelie werd losgemaakt van Israël, losgemaakt van wet en losgemaakt van het koninkrijk, en werd vervangen door een schema waarin ontsnapping centraal staat en verwachting wordt verplaatst naar een moment dat maar niet aanbreekt.
Paulus waarschuwt niet voor een plotselinge misleiding, maar voor een geleidelijke verschuiving die zo vaak wordt herhaald dat zij normaal wordt. Dat is wat hier is gebeurd. Generaties zijn opgegroeid met een ander toekomstbeeld, en daarmee ook met een andere jezus en een ander evangelie, zonder dat men het nog herkende als afwijking.
Nu die leer zichtbaar geen bevestiging vindt in wat zich ontvouwt, ontstaat er onrust. Niet omdat mensen plotseling kritisch worden, maar omdat het contrast tussen wat geleerd is en wat zichtbaar wordt, te groot is geworden om te negeren. En precies op dat punt wordt duidelijk hoe actueel Paulus’ waarschuwing is.
Wat hij toen al benoemde, wordt nu zichtbaar. Niet in theorie, maar in werkelijkheid.
Lees ook:






