De straten van Brussel veranderden in een slagveld. Brandende voertuigen, geblokkeerde wegen, tractoren die het Europese machtscentrum binnendrongen. Duizenden boeren uit heel Europa trokken naar het Europees Parlement om hun woede te laten horen over het landbouw- en handelsbeleid van de Europese Unie. Terwijl de vlammen oplaaiden en de spanning escaleerde, gebeurde er iets veelzeggend. Ursula von der Leyen verdween uit Brussel.
Wat zich afspeelde was geen symbolisch protest met spandoeken en toespraken. Boeren arriveerden met honderden tractoren, blokkeerden hoofdwegen en legden het openbare leven in de Europese wijk volledig plat. Aardappelen en eieren vlogen door de lucht, vuurwerk werd afgestoken en de politie zette waterkanonnen in. Het leek op een scène uit een actiefilm, met dit verschil dat hier geen fictieve helden optraden, maar mensen die strijden voor hun bestaansrecht.
De Europese wijk verkeerde in een feitelijke noodtoestand. Het openbaar vervoer lag stil, toegangswegen waren afgesloten en EU-medewerkers kregen interne instructies om uit de buurt van ramen te blijven. Medewerkers werden zelfs overgeplaatst naar andere gebouwen vanwege schade. Eén persoon raakte gewond en de veiligheidssituatie werd “nauwlettend gevolgd”. Wat ontbrak, was iets anders. Luisteren.
Te midden van deze chaos trok de voorzitter van de Europese Commissie zich terug. Terwijl boeren door barricades braken en het hart van de Europese macht bereikten, verliet Von der Leyen Brussel. Geen verklaring, geen persconferentie, geen enkel publiek signaal richting de boeren. Alleen stilte. In een tijd waarin sociale media, nieuwsplatforms en publieke opinie volledig werden gedomineerd door de boerenprotesten, zweeg zij.
Die stilte zegt meer dan duizend woorden. De vrouw die onafgebroken spreekt over Europese eenheid en solidariteit, was niet aanwezig toen de mensen die Europa voeden letterlijk voor de deur stonden. Dat is geen incident, maar een patroon. Beleidskeuzes worden doorgedrukt en zodra de gevolgen zichtbaar worden, trekt de leiding zich terug.
Dat slechts politici uit het rechter spectrum openlijk steun uitspraken voor de boeren, was veelzeggend maar niet verrassend. Viktor Orbán stelde dat het onaanvaardbaar is om landbouwsubsidies met twintig procent te verlagen en dat geld over te hevelen naar Oekraïne. Zonder boeren en arbeiders, zo stelde hij, zou Europa niet eens de middelen hebben die nu zo makkelijk buiten de EU worden besteed. Ook Alice Weidel nam publiekelijk stelling.
De kern van de woede ligt dieper dan één protestdag. Centraal staat de geplande vrijhandelsovereenkomst met de Mercosur-landen Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay. Deze overeenkomst moet de grootste vrijhandelszone ter wereld vormen, met meer dan zevenhonderd miljoen inwoners. In theorie klinkt dat als economische vooruitgang. In de praktijk betekent het voor Europese boeren iets heel anders.
Goedkoop rundvlees, gevogelte en suiker uit Zuid-Amerika dreigen de Europese markt te overspoelen. Producten die worden geproduceerd onder omstandigheden die binnen de EU al jaren verboden zijn. Minder strenge milieuregels, lagere eisen aan dierenwelzijn en aanzienlijk lagere productiekosten. Terwijl Europese boeren worden verstikt door regelgeving en kosten, wil Brussel de tarieven verlagen en de markt openen. De consequentie is voorspelbaar. Prijzen dalen, inkomens verdwijnen en boeren verliezen hun concurrentiepositie.
Ondanks brede weerstand uit landen als Frankrijk, Italië en meerdere Oost-Europese staten, heeft de Commissie onder leiding van Von der Leyen de onderhandelingen afgerond. De ondertekening nadert. Publiekelijk worden er geruststellende woorden gesproken over betrouwbaarheid en steun, maar in beleid vertaalt zich dat niet.
Daarbovenop komt het nieuwe EU-begrotingsvoorstel voor de periode 2028 tot 2034. Een begroting van tweeduizend miljard euro, een stijging van zestig procent. Honderd miljard voor Oekraïne, honderdertig miljard voor defensie, vierhonderd miljard voor crisisbeheersing en tweehonderd miljard voor “Europa in de wereld”. Tegelijkertijd worden juist landbouw en cohesie gekort. De sector die instaat voor voedselzekerheid moet inleveren.
Dit past naadloos in het beleid van de afgelopen jaren. De Green Deal, toenemende bureaucratie, strengere regels voor meststoffen en pesticiden, afbouw van subsidies en stijgende kosten. En nu daarbovenop de dreiging van goedkope import. Geen wonder dat de boeren de grens hebben bereikt.
Boeren uit meer dan twintig lidstaten kwamen naar Brussel. Alleen al uit Beieren arriveerden honderden deelnemers. Verkeershinder, blokkades en confrontaties waren het gevolg. Toen demonstranten probeerden door barricades te breken, escaleerde de situatie verder. Traangas, vuur, waterkanonnen en geïmproviseerde projectielen bepaalden het straatbeeld.
Terwijl de Europese wijk in brand stond en EU-medewerkers zich terugtrokken achter gesloten deuren, vertrok de voorzitter van de Commissie. Dat beeld zal blijven hangen. Niet als leiderschap, maar als symbool van afstand, arrogantie en angst voor de realiteit.
De eisen van de boeren zijn helder. Gelijke spelregels. Spiegelclausules. Importproducten moeten aan dezelfde normen voldoen als Europese producten. Zonder die garantie vormt het Mercosur-verdrag een directe bedreiging voor de Europese landbouw.
De vraag die boven Brussel hangt, is fundamenteel. Dient de Europese Unie haar burgers, of dienen burgers een systeem dat hen structureel ondermijnt. Steeds meer mensen kijken daarbij naar landen buiten het EU-keurslijf. Groot-Brittannië voert sinds de Brexit een eigen landbouwbeleid, zonder inmenging uit Brussel.
De protesten van de boeren zijn geen incident, maar een waarschuwingssignaal. Zolang de macht in Brussel doof blijft voor degenen die Europa daadwerkelijk draaiende houden, zal de kloof alleen maar groter worden.






